Wapenstilstand

Wapenstilstand

Op 11 november 1918 om 11 uur ‘s morgens werd de wereld uit de nachtmerrie van de Grote Oorlog verlost. In Rethondes, in een treinwagon in een bos in het Franse Compiègne, hadden enkele uren voordien de bevelhebbers van het Duitse leger de capitulatie ondertekend. De wapens van de oorlogvoerende partijen zwegen na vier jaar strijd. Wapenstilstand is sindsdien de dag om alle oorlogsslachtoffers, burgers en militairen, te herdenken, ook de slachtoffers van oorlogen die nadien volgden.

De Eerste Wereldoorlog, zoals we de Grote Oorlog tegenwoordig noemen, betekende immers oorlogsvoering op een tot dan toe ongekende schaal. De dodenteller stond stil op een geschatte negen miljoen. Onder de slachtoffers waren zowel militairen als burgers. Franse, Belgische, Duitse, Britse, Australische, Amerikaanse, Canadese en zelfs Afrikaanse en Aziatische (koloniale) troepen hadden aan het front gevochten en grote verliezen geleden. Grote delen van Europa lagen in puin, er heerste politieke chaos en veel mannen die moesten meevechten raakten gewond of gedood.

Wapenstilstand wordt tot op de dag van vandaag op heel wat plaatsen in de wereld herdacht. Net zoals in België zijn er een groot aantal landen waar Wapenstilstand een nationale feestdag is. De Britten noemen Wapenstilstand “Remenberance Day” of “Armistice Day”, in Frankrijk en Wallonië wordt van “jour du Souvenir” of “jour de l'Armistice” gesproken. De Verenigde staten kennen 11 november als “Veterans Day”.

Hulde aan de Onbekende Soldaat

Op Wapenstilstand worden er wereldwijd herdenkingen ter ere van oorlogsslachtoffers gehouden. Vaak hebben deze herdenkingen een hoog militair en protocollair gehalte. In België is de Bloemenhulde aan de Onbekende Soldaat in Brussel een jaarlijks terugkerende traditie. De bloemenkrans wordt door de koning, die opperbevelhebber van het leger is, aan het graf neergelegd. Ook de eerste minister en vertegenwoordigers van Belgische veteranenverenigingen zijn altijd bij de ceremonie aanwezig. Tot voor een tiental jaar waren er steeds Belgische oorlogsveteranen van de Eerste Wereldoorlog op de plechtigheid aanwezig.

Het Graf van de Onbekende Soldaat werd opgericht in 1922. De Onbekende Soldaat symboliseert alle gesneuvelde militairen, ook die van andere oorlogen. In het soldatengraf rust een gesneuvelde niet-geïdentificeerde Belgische militair. Op vijf verschillende Belgische soldatenkerkhoven werd willekeurig een kist opgegraven, waaruit een door de oorlog blind geworden oorlogsveteraan één kist aanduidde. De onbekende soldaat uit die kist werd naar Brussel gerepatrieerd en met de nodige plechtstatigheid begraven. Zo werd de kist bijvoorbeeld gedragen door acht oorlogsslachtoffers. Vier van de oudgedienden hadden tijdens de oorlog een rechterarm verloren, de andere vier hadden hun linkerarm verloren. Als eerbetoon en ter herdenking brandt er voor het graf een eeuwige vlam. De Onbekende Soldaat staan nu symbool voor alle gesneuvelde militairen, ook die van andere oorlogen.

Niet enkel in België, maar ook in Rusland, Frankrijk, Italië en heel wat andere landen bestaan er dergelijke oorlogsherdenkingsplaatsen. In Frankrijk is de Onbekende Soldaat een niet geïdentificeerde soldaat die in de slagvelden bij Verdun het leven liet. Het graf met de eeuwige vlam werd onder de welbekende Arc de Triomphe in Parijs geplaatst.

Poppies

In Angelsaksische landen is het de traditie om tijdens de periode van Wapenstilstand een ”poppy” op de borst te spelden. Dat is een gestileerde rode klaproos. Het is een opvallend gebruik dat niet alleen door gewone Britten, maar ook bijvoorbeeld door hoogwaardigheidsbekleders en tv-presentatoren in ere wordt gehouden. De kunstklaprozen worden al decennialang door de Royal British Legion Poppy Factory Ltd in Richmond geproduceerd. Jaarlijks worden daar 40 miljoen bloemen, 80.000 kransen en 300.000 kruisen vervaardigd, die allemaal bestemd zijn voor de herdenkingsplechtigheden.

Ook in Vlaanderen is deze traditie nog levendig, en dan in het bijzonder in de Westhoek. Zo zijn er heel wat gemeenten met een Klaprozenstraat, -laan of -plein. De gemeente Mesen heeft bijvoorbeeld een sociale woonwijk omgedoopt tot de Klaprozenwijk, omdat de buurtbewoners er jaarlijks een verkoop van kunstklaprozen ten voordele van oorlogsslachtoffers organiseren. Aan de Menenpoort in Ieper wordt de Last Post op Wapenstilstand voorafgegaan door een “Poppy Parade”. Dat is een optocht door het stadscentrum waarbij hoogwaardigheidsbekleders, religieuze leiders, veteranenverenigingen en internationale delegaties (vooral uit Groot-Brittanië) poppies ronddragen.

De traditie van de klaprozen is terug te voeren op een gedicht van John McRae. Hij was een arts in het Britse leger die gestationeerd was in Boezinge toen hij in 1915 het gedicht “In Flanders Fields” schreef. Het gedicht beschrijft de gruwelen van de oorlog, die hij zelf niet overleefde. In de eerste regel van het gedicht vermeldt hij de klaprozen die in die dagen opvallend welig groeiden op de slagvelden en de oorlogskerkhoven in Vlaanderen. Dat was geen toeval: de fragiele bloemetjes konden makkelijk groeien in de (door bommen) omgewoelde aarde.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
(In Flanders Fields. John McRae, 1915)

In Vlaamse velden klappen rozen open
Tussen witte kruisjes, rij op rij,
Die onze plaats hier merken, wijl in 't zwerk
De leeuweriken fluitend werken, onverhoord
Verstomd door het gebulder op de grond.
Wij zijn de doden. Zo-even leefden wij.
Wij dronken dauw. De zon zagen wij zakken.
Wij kusten en werden gekust. Nu rusten wij
In Vlaamse velden voor de Vlaamse kust.
(In Vlaamse velden. Vertaling door Tom Lanoye, 2000)

Soldatenkerkhoven

Tot op de dag van vandaag getuigen soldatenkerkhoven met hun opvallend eenvormige en strakke vormgeving van de gruwelen van de oorlog. In Vlaanderen zijn de meeste van deze kerkhoven te vinden in de Westhoek, waar ze in de buurt van de voormalige slagvelden liggen. Deze plaatsen vormen een visueel ankerpunt in het landschap en zijn een tastbare herinnering aan wat er zich jaren geleden heeft afgespeeld.
Elke militaire macht die in de oorlog heeft meegevochten, heeft eigen kerkhoven met een specifieke architecturale vormtaal ingericht. De gesneuvelden liggen er zonder onderscheid van rang, geloof of afkomst naast elkaar begraven. Meer dan 90 jaar na de wapenstilstand worden deze begraafplaatsen nog steeds goed onderhouden.

De Britse soldatenkerkhoven in België en elders in de wereld werden voor eeuwig ter beschikking van Groot-Brittannië gesteld. Wereldwijd neemt de Commonwealth War Graves Commission het onderhoud ervan op zich. Veel buitenlandse (Angelsaksische) toeristen gaan rond Wapenstilstand in de Westhoek op zoek naar gesneuvelde familieleden. Als ze het graf kunnen terugvinden, laten velen er een kleine poppieskrans en vaak ook een handgeschreven briefje achter.

Herdenkingsmonumenten

In ontelbare dorpen en steden werden na de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog herdenkingsmonumenten ter ere van de oorlogsslachtoffers (militairen, burgers, verzetsstrijders of gedeporteerden) opgericht. Meestal waren het de gemeenten die deze monumenten financierden, maar vaak werden ze ook gesponsord door verenigingen, handelaars en individuele burgers. Dergelijke herdenkingsmonumenten boden de rouwenden een kader om hun dierbaren te herdenken: net na de oorlog was het leed diep en kon in veel gevallen niet getreurd worden bij een individueel graf. Tot op de dag van vandaag worden er ieder jaar op Wapenstilstand bloemen bij deze monumenten gelegd. Het is een blijvende vorm van erkentelijkheid. Via de opname in inventarissen e.d. is er de laatste jaren een hernieuwde waardering voor deze herdenkingsmonumenten.

Vredes- of vrijheidsboom

Wat minder gekend is, is dat er na de Eerste en ook na de Tweede Wereldoorlog, in tal van gemeenten een vredes- of vrijheidsboom werd geplant. Bij de boom werd er dan een gedenkplaatje geplaatst en soms maakt de boom deel uit van een groter gedenkteken. Vandaag de dag blijven er echter maar weinig mensen meer over die de bijzondere betekenis van deze vrijheids- of vredesbomen nog kennen.

De vrijheidsboom werd in onze contreien geïntroduceerd aan het einde van de 18de eeuw. Het idee kwam in 1791 van de Franse revolutionaire geestelijke Grégoire. Hij wilde met de vrijheidsboom de natuur in de steden en dorpen doen terugkeren. Het gebruik sloeg aan en waaide over naar alle gebieden die onder Frans bestuur stonden. De boom was een symbool voor het natuurlijke en het onstuitbare, voor vernieuwing, groei en verbondenheid met de aarde. Ook de revolutionaire gedachte kwam erdoor tot uitdrukking. Gaandeweg kregen de bomen dan ook een veeleer sacraal karakter. Deze traditie sloot aan bij het aloude volksgebruik van de meiboom, die ongeveer dezelfde symbolische betekenis in zich draagt. In tegenstelling tot de vrijheidsboom is de meiboom echter geen echte boom, maar een paal die met linten en een krans versierd wordt.

De idealen van de Franse Revolutie waren geen lang leven beschoren, maar de kerngedachte van de vrijheidsboom bleef wel levendig. In België werden zowel in 1830 en als in 1918 en 1945 nog talrijke vrijheidsbomen geplant. Vele daarvan werden in de loop der tijd door ziekte of door de heraanleg van de openbare ruimte gerooid. Toch zijn er nog enkele uitzonderingen bewaard. In Beervelde en Sint-Agatha-Rode zijn bijvoorbeeld nog vrijheidsbomen die geplant werden toen België in 1830 onafhankelijk werd. In Sint-Joris, een deelgemeente van Beernem, werd onlangs nog een vrijheidsboom uit 1919 als monument beschermd. Ook aan het gemeentehuis van Leopoldsburg staat er sinds 1919 een vrijheidslinde als deel van een gedenkmonument. 

Heropleving van de herinnering

Ondanks de vele herdenkingsplaatsen en de vele rituelen die er aan verbonden zijn werd lange tijd de herinnering aan de oorlog in een verdomhoekje gestopt. Daarmee verdwenen ook bepaalde tradities. De belangstelling groeide pas vanaf de jaren 1970 gestaag weer aan.
Vandaag zijn er over de hele wereld nagenoeg geen directe getuigen van de Eerste Wereldoorlog meer in leven. De laatste Britse oud-strijder stierf in 2009. Toch is deze oorlog niet vergeten. Het tegendeel is zelfs waar, want in de jaren 1990 en bij het begin van de 21ste eeuw is de belangstelling voor de oorlog enorm toegenomen. Er worden meer en meer herdenkingsplechtigheden gehouden, die op steeds meer publieke belangstelling kunnen rekenen. 2014 is intussen niet veraf meer en zal ongetwijfeld het startschot zijn voor een hele reeks herdenkingen.

Oud-strijdersverenigingen

Na een oorlog of een militaire missie houden strijdmakkers vaak contact. Onder de veteranen zijn er dan ook veel vrienden voor het leven. Veteranen hebben immers een gemeenschappelijk (oorlogs)verleden, dat ze vaak met niemand anders kunnen delen. Als soldaten hebben zij elkaar in barre omstandigheden erg goed leren kennen en een tijdlang lief en leed gedeeld. Binnen oudstrijdersverenigingen vinden ze lotgenoten die hen begrijpen. Oud-strijdersverenigingen nemen traditioneel vaak deel aan militaire optochten, herdenkingen e.a. Binnen sommige verenigingen worden soms ook groepsuitstappen georganiseerd of wordt aan liefdadigheid gedaan.