Offerfeest

Offerfeest

Jaarlijks wordt binnen de islam het Offerfeest gevierd. Er wordt ook dikwijls over het schapenfeest of over het grote feest* gesproken. Het Offerfeest is één van de belangrijkste feesten voor de islamitische gemeenschap. De datum waarop het feest aanvangt, wordt bepaald volgens de islamitische kalender. Om die reden wordt het Offerfeest niet elk jaar vanaf dezelfde datum gevierd. De islamitische kalender houdt namelijk rekening met de stand van de maan. Het feest begint wél steeds op de tiende dag van wat de moslims de bedevaartsmaand, dit is de twaalfde maand, noemen en duurt drie tot vier dagen.

Met het Offerfeest wordt de loyaliteit van Ibrahim aan Allah herdacht. In de Koran staat dat Allah in een droom aan Ibrahim vroeg om zijn zoon Ismaël te offeren, om te bewijzen dat hij trouw en gelovig was. Toen Ibrahim het mes hief om zijn zoon te doden, werd hem een schaap gezonden dat de plaats van Ismaël mocht innemen. Ter herinnering daaraan worden ieder jaar schapen geslacht tijdens het Offerfeest.

Sommigen reizen tijdens de bedevaartsmaand naar Mekka om het Offerfeest te vieren. De Koran schrijft namelijk voor dat iedere moslim die daar lichamelijk en financieel toe in staat is, één keer in zijn of haar leven de pelgrimstocht naar de heilige stad in Saoedi-Arabië moet maken. De bedevaart duurt meerdere dagen en voert langs heilige plekken die geassocieerd worden met de profeet Ibrahim en de profeet Mohammed.

Moslims die niet op bedevaart zijn, vieren het Offerfeest thuis. Eerst wordt een plechtigheid bijgewoond in een moskee. De moslims trekken daarvoor hun mooiste kleren aan, heel vaak wordt gekozen voor witte kleren. Het Offerfeest is echter niet enkel een religieus feest, maar ook een belangrijk sociaal gebeuren. Binnen de islam is solidariteit namelijk heel erg belangrijk. Centraal tijdens het feest staan vreugde en broederschap. Wanneer na het bezoek aan de moskee de rituele slachting plaatsvindt, wordt dan ook om voornoemde redenen het vlees verdeeld. Het slachtvlees wordt in drie stukken verdeeld: één voor de familie, één voor buren en vrienden en één voor de armen.

Sinds de wetgeving in 2015 gewijzigd werd, mag in België alleen nog worden geslacht in erkende slachthuizen. Sindsdien is het aantal slachtingen voor het Offerfeest hier sterk gedaald. Veel moslims sturen geld naar familieleden in hun thuisland om daar een schaap te laten slachten. Tegenwoordig gebeurt het ook steeds vaker dat geld gegeven wordt aan een liefdadigheidsorganisatie, die daarmee een schaap slacht in een arm land en het vlees uitdeelt.


* Het kleine feest is het Suikerfeest.

LITERATUUR

Schimmel, A., Het islamitische jaar: kalender en feesten, Ten Have, Baarn, 2003.