Islamitische bedevaart

Islamitische bedevaart

De ‘Hadj’ is de traditionele Islamitische bedevaart naar Mekka. Het is een van de vijf pijlers of beginselen van het Islamitische geloof. Deze bedevaart is daarom een verplichting voor elke gezonde volwassen moslim, die over voldoende bestaansmiddelen beschikt. Tijdens de Hadj komen jaarlijks enkele miljoenen moslims van over de hele wereld naar Mekka. De Hadj is zo de grootste religieuze bijeenkomst ter wereld. Het tijdstip van de bedevaart wordt bepaald door de maankalender en valt steeds in het najaar. De Hadj heeft telkens plaats in de aanloop naar het Offerfeest. Tijdens de bedevaart bidden en mediteren de gelovigen voornamelijk. In hun gebeden richten zij zich tot Allah en vragen ze vergiffenis voor hun zonden.

Lange tijd was een bedevaart naar Mekka enkel weggelegd voor welgestelde moslims die over een aanzienlijk reisbudget beschikten. De laatste decennia kunnen steeds meer moslims zich de reis financieel aan. De bedevaart naar Mekka is voor moslims erg belangrijk en wordt dan ook goed voorbereid. Zo werken bijvoorbeeld heel wat van de bedevaarders voorafgaand aan de reis aan hun fysieke conditie. Daarnaast lossen zij ook eventuele schulden af bij familie, vrienden en kennissen. Naast de Hadj (de gewone bedevaart) bestaat er ook nog de ‘Umrah’ (de kleine bedevaart). Daarnaast bestaat er ook een formule waarbij men de Hadj en de Umrah combineert.

Mekka

Bedevaarders die deelnemen aan de Hadj trekken steeds naar Mekka, een stad in Saoedi-Arabië. Mekka is de heilige stad voor de moslims. De roots van hun geloof zijn immers nauw verbonden met deze plaats. De profeet Mohammed werd er geboren en hij kreeg er zijn eerste bevelen van Allah. Bovendien staat de ‘Ka’ba’ er. De Ka’ba is het belangrijkste heiligdom voor de moslims en wordt ook het Huis van God genoemd. Het bouwwerk is een kleine tempel, die volgens de overlevering teruggaat tot Adam, de stamvader van de mensen, en die later zou herbouwd geweest zijn door Abraham, de stamvader van de Arabieren. De Ka’ba groeide uit tot hét bedevaartsoord van de Arabieren, die er bijeenkwamen om Allah te aanbidden. De Ka’ba wordt traditioneel aan het zicht onttrokken door een zwart doek, waarop Islamitische verzen zijn geborduurd. De Ka’ba is een onderdeel van de grote moskee Al-Masjid Al-Harām. Deze moskee biedt plaats aan 820.000 gelovigen.

Ihram

Als de bedevaarders naar Mekka bij een van de vijf ‘Miqats’ of officiële ingangen aankomen, dienen ze ‘Ihram’ aan te nemen. Ihram is een houding van spirituele reinheid, die blijft duren tot de bedevaart afgelopen is. De moslims wassen en scheren zich dan en voeren ook andere rituelen uit, terwijl er gebeden worden opgezegd. Bedevaarders die zich in deze spirituele houding bevinden, trekken witte kledij aan en houden zich aan bepaalde regels. Zo hebben moslims tijdens de Ihram bijvoorbeeld geen seksuele betrekkingen en knippen zij ook hun nagels, baard of haar niet. In de periode van de bedevaart geven zij zich immers totaal en onvoorwaardelijk aan God over.

Tawaf

Op de eerste dag voeren de bedevaarders de ‘Tawaf’ uit. Dat is het welkomstritueel waarbij men zeven keer rond de Ka’ba wandelt. Dat gebeurt in tegenwijzerzin, beginnend bij de zwarte steen, die in de Ka’ba is ingebouwd. Die zwarte steen zou mogelijk een meteoriet zijn. Hij bepaalt de qibla, de Islamitische gebedsrichting. Bij elke rondgang dienen de bedevaarders de steen te kussen. Als dat niet mogelijk is, dan kunnen ze wijzen naar de steen.

Zamzam

Na de Tawaf trekken de bedevaarders naar de bron Zamzam, die op enkele meters van de Ka’ba te vinden is. Ze brengen daarmee de zoektocht van Hajar in herinnering. Hajar was de vrouw van Abraham en de moeder van Ismaël die in de hitte van de woestijn tevergeefs naar water zocht. Ismaël krabde daarop in de grond, waarna er miraculeus water uit de bodem opwelde. Het water van deze bron wordt als heilig aanzien. De bedevaarders drinken ervan en wassen zich er mee. Na het uitvoeren van deze rituelen trekken de bedevaarders naar de vallei van Minna, om te overnachten in de ‘Stad der tenten’. Daarna wordt nog vijf keer gebeden.

Berg Arafat

Op de tweede dag trekken de bedevaarders naar de berg Arafat. Ter plaatse bidden en mediteren zij van ‘s middags tot zonsondergang. De Ararat is de berg waar Allah de Koran openbaarde aan Mohammed. Als de zon onder is, trekken de gelovigen naar Muzdalifah om er te overnachten en het avondgebed te bidden. Zij verzamelen er ook 49 steentjes, die ze zullen gebruiken tijdens de ‘stenigingceremonie’.

Het stenigen van de duivel

De verzamelde steentjes worden gebruikt tijdens de rituele steniging van de duivel, waarmee het kwade wordt afgeweerd. De bedevaarders werpen dan stenen naar drie stenen muren, ‘jamarat’ genoemd. Afhankelijk van de bedevaartformule kan of moet er na de steniging een offer worden gebracht. Dat grote offerfeest wordt wereldwijd gevierd en luidt het einde in van de Hadj. Het is de rituele slachting van schapen, geiten, maar ook andere dieren worden geofferd.

Aandenken

Moslims die deelgenomen hebben aan de Hadj nemen gewoonlijk enkele souvenirs mee voor de achterblijvers in het thuisland. Vaak wordt heilig water of dadels gegeven, maar er worden evengoed andere cadeautjes geschonken.