Gansrijden

Gansrijden

Het gansrijden is een eeuwenoude traditie die nog steeds actief wordt beoefend in Antwerpse polderdorpen als Zandvliet, Berendrecht, Lillo, Stabroek, Ekeren en Hoevenen. Vooral de laatste twintig jaar kent het spel een ware heropleving. De meeste gansrijdersverenigingen moeten zelfs met wachtlijsten werken omdat er elk jaar maar dertig deelnemers aan de wedstrijd mogen deelnemen.

Het spel

De wedstrijd wordt doorgaans rond de carnavalsperiode gereden. Aan een dwarsbalk wordt een gans in een visnet ondersteboven opgehangen. Oorspronkelijk gebruikte men hiervoor een levende gans die met vet of olie was besmeurd, maar dat is sinds 1929 bij wet verboden. Dat jaar ging immers de eerste wet op de Dierenbescherming van kracht. Sindsdien vraagt men een dierenarts om een gans op voorhand te doden door bijvoorbeeld een dodelijke injectie toe te brengen. Ruiters van de lokale gansrijdersvereniging rijden in uniform één voor één onder de gans door. Ze mogen met één hand trekken en het paard mag niet stil blijven staan. De bedoeling is om als eerste de kop van de gans te scheiden van het lijf. De persoon die daarin slaagt, mag zich voor één jaar koning van de vereniging noemen. De koning wordt gevierd in het lokaal of op café. Op het einde van zijn koningschap wordt hij ‘uitgehaald’: hij moet dan zijn onderdanen thuis of in het lokaal trakteren dingen als drank, sigaren, worst en brood.

Het hoogtepunt van het gansrijden is voor velen het keizerrijden, dat in 1948 voor het eerst werd georganiseerd door de 'Verenigde Gansrijders van de Antwerpse Polders'. Aan die wedstrijd mogen 25 ruiters deelnemen, waaronder de keizer van het afgelopen jaar en de koningen van de laatste jaren. De winnaar van die wedstrijd wordt tot keizer gekroond en het dorp waaruit hij komt richt het volgende keizerschap in. Het keizerschap wordt door veel gansrijders gezien als één groot polders verbroederingsfeest.

Enkel voor mannen?

Sinds de jaren 1970 is het gansrijden geen loutere mannenaangelegenheid mee. In Zandvliet bijvoorbeeld reden de ‘Vrouwenganzerijders Zandvliet’ tussen 1976 en 1985. In 1995 werd ‘De Vrije Gans’ opgericht die ieder jaar een nieuw goed doel kiest om het prijzengeld aan weg te schenken. De vereniging is niet gebonden aan een gemeente en de koningin mag kiezen in welk dorp haar ruiters het volgend jaar gaan meerijden. De koningin neemt niet deel aan het keizerrijden, dat blijft voorlopig een privilege voor mannelijke gansrijders. Voor kinderen wordt er vaak een gelijkaardige spel ingericht: het eenden- of kiekenrijden. Het paard wordt daarbij vaak vervangen door een fiets. De meest opmerkelijke wedstrijd is ongetwijfeld die uit het woon- en zorgcentrum Molenbeek waar zowel mannen als vrouwen vanuit hun rolstoel de kop van een namaakgans proberen te bemachtigen.

Over tijd en ruimte

De oudste vermelding van het gansrijden vinden we in Ieper in de 13de eeuw. Ook in heel wat andere westerse landen zijn er meldingen te vinden van één of andere vorm van gansrijden. Zo was tot eind 18de eeuw ‘Harvest gosling’ een populaire activiteit in Groot-Brittannië. Ook in Noord-Amerika werd de sport frequent beoefend tussen de 17de en de 19de eeuw, maar doofde daarna geleidelijk uit. Waar wel nog actief aan gansrijden wordt gedaan is in het Nederlandse Grevenbicht door de Gawstrekkeres die nauwe contacten hebben met de Antwerpse polderrijders. In Spanje vinden we het gansrijden onder andere in Lekeito (Baskenland) terug en in Duitsland worden in enkele gemeenten zoals Wattenscheid-Höntrop en Wattenscheid-Sevinghausen nog wedstrijden ingericht. Daar groeide het protest de laatste jaren echter zo hard dat het spel tegenwoordig onder politiebewaking wordt gespeeld. Af en toe worden er internationale wedstrijden georganiseerd.

De paarden

De ruiters rijden op boerenpaarden, die vroeger een integraal deel uitmaakten van het polderlandschap. Door de uitbreiding van de haven en de toenemende modernisering moeten gansrijders tegenwoordig meer moeite doen om een geschikt boerenpaard te vinden. De paarden komen doorgaans uit de Kempen, het Pajottenland en het Meetjesland. Bij de meeste wedstrijden is er ook een prijs weggelegd voor het duo (ruiter en paard) met het beste voorkomen, waardoor de paarden vaak opgetooid worden met versierde borststukken, papieren bloemen in de kleuren van de vereniging en een ruitpatroon op de rug van het paard.

Het medisch team

De ‘doktoor’ en zijn verpleegsters zijn een onmisbaar gezelschap bij iedere wedstrijd. Wanneer de ruiters – al dan niet gewild – van hun paard vallen, rukt het medisch team uit om op ludieke wijze de eerste medische hulp te verstrekken. Daarvoor halen ze vaak sterke middelen (lees: jenever) boven, zodat de gansrijder weer verder aan de wedstrijd kan deelnemen. Het medisch team gebruikt ook liters mercurochroom om de ‘gewonden’ te verzorgen of de nieuwkomers te dopen.

De vork- en snijmeester

Een wedstrijd duurt gemiddeld zo’n drie uur. Om de duur van het spel een beetje te kunnen regelen mag de snijmeester op een voorzien tijdstip enkele mazen van het net doorsnijden. Tijdens de meeste wedstrijden treedt er ook een vorkmeester op die erop moet toezien dat de gans stil hangt op de juiste hoogte. Zowel de snij- als de vorkmeester staan tijdens de wedstrijd onder de galg. De meeste verenigingen hebben strikte spelregels waaraan iedere deelnemer zich moet houden. Om daar toezicht op te houden hebben sommige verenigingen champetters of boetemeesters die lustig ‘boetebons’ uitdelen aan spelers of het publiek. De opbrengst ervan gaat naar de premie voor de koning. Als troost kunnen de ‘beboeten’ met hun bons soms meedoen aan een tombola.

De verenigingen

In Vlaanderen zijn de acht verenigingen actief. Iedere vereniging heeft zijn eigen bestuur, unieke geschiedenis en spelreglement. Ook de uniformen verschillen van elkaar. Alle verenigingen hebben inmiddels websites waarop je meer informatie te zien krijgt en ook foto’s kan bekijken van de voorbije wedstrijden. In Berendrecht zijn er twee verenigingen, namelijk De Oude Gans Berendrecht  en De Nieuwe Gans Berendrecht . Andere maatschappijen zijn De Ware Gans Lillo, de Koninklijke Ganzenrijders Stabroek, De Lustige Gans Ekeren, de Koninklijke Ganzenrijdersmaatschappij Hoevenen en de Ganzerijders Zandvliet. De enige maatschappij voor vrouwen De Vrije Gans is niet aan een dorp verbonden.

LITERATUUR

De Brauwer, P., Het Belgisch trekpaard: een levend monument, Lannoo Uitgeverij, Tielt, 2004.

Dijkstra, M., The Animal Substitute: An Ethnological Perspective on the Origin of Image-making and Art, Eburon Uitgeverij B.V., Delft, 2011.

In de ban van de Gans, De Nieuwe Antwerpenaar, Berendrecht-Zandvliet-Lillo, 30 april 2009, p. 52-54.

Schama, S., The embarrassment of riches: an interpretation of Dutch culture in the Golden Age, University of California Press, Berkeley, 1988.