Islamitische afscheidsrituelen

Islamitische afscheidsrituelen

Elke cultuur heeft zijn eigen manieren om om te gaan met de grote momenten in het leven. Het spreekt dan ook voor zich dat ook aan rouwen heel wat tradities en gebruiken verbonden zijn. In deze tekst lees je hoe binnen de Islam afscheid wordt genomen van een overleden dierbare. Moslims geloven dat Allah over alles beslist, dus ook over waar en wanneer iemand overlijdt. Zij beschouwen de dood echter niet als een eindpunt, maar veeleer als een verandering van de toestand.

De meeste moslims die in Vlaanderen wonen, zijn van Turkse of Marokkaanse afkomst. Tot voor kort werd het lichaam van een overleden moslim haast zonder uitzondering gerepatrieerd naar het land van herkomst om daar begraven te worden. Daarvoor werd dan op voorhand een verzekering afgesloten bij een bank of sloot men zich aan bij een islamitisch uitvaartfonds. Om het lichaam van een overledene te repatriëren, moeten de nabestaanden een vastgelegde procedure volgen. Tegenwoordig begint wel verandering in die situatie te komen: in een aantal Vlaamse gemeenten werden intussen regelingen getroffen die het mogelijk maken om een overleden moslim volgens de islamitische voorschriften op de gemeentelijke begraafplaats te begraven. Daarvoor worden percelen uitgezocht die naar het oosten en dus naar Mekka georiënteerd zijn. Soms zijn ze afgezoomd met een heg. Dergelijke begraafpercelen zijn reeds te vinden in onder meer Antwerpen, Brugge, Maaseik, Neerpelt, Tienen en een twintigtal andere gemeenten. Veel gemeenten onderzoeken intussen ook de mogelijkheid om hieraan tegemoet te komen.

Soenna in verband met de dood

Moslims nemen in het dagelijkse leven de soenna als leidraad. Dat zijn leefregels die niet in de koran staan, maar die door moslims wel als norm aanvaard worden. Ze zijn afgeleid uit wat de profeet Mohammed gezegd en gedaan heeft tijdens zijn leven. Een moslim die volgens de soenna leeft, heeft later voorspraak in het hiernamaals. Ook met betrekking tot de dood zijn er een heleboel soenna opgetekend. Zo is bijvoorbeeld het bezoeken van zieken en stervenden zo’n leefregel. Ook het gezicht van de stervende in de richting van Mekka leggen (de qibla) in de uren die aan het overlijden vooraf gaan, behoort tot de soenna. Binnen de islam is het verder gebruikelijk dat iemand die op sterven ligt, nog een laatste maal zijn geloof in Allah uitspreekt. Die geloofsbelijdenis wordt de shahadah genoemd. Als de stervende te zwak is om nog te spreken, dan is het de gewoonte dat een familielid of een imam de geloofsbelijdenis in zijn of haar oor fluistert.

Schuldenvrij

De Islam schrijft voor dat een gelovige schuldenvrij voor Allah moet verschijnen, om rust te kunnen vinden in het hiernamaals. Dat geldt zowel materieel als moreel. In de uren voor iemand sterft, worden zijn of haar financiële schulden dan ook afbetaald of overgenomen door een familielid. Voorbeelden van morele schuld zijn niet op de bedevaart naar Mekka gegaan zijn (de Hadj) of de religieuze armenbelasting (de Zakaat) niet betaald hebben. Het islamitische geloof steunt op vijf pijlers en de Hadj en de Zakaat zijn er daar twee van. Om als moslim de goede weg te volgen, moet je aan alle vijf de pijlers voldoen. Een morele schuld kan voor het overlijden nog vereffend worden door een schenking aan de armen te doen.

De reiniging van de ziel

Moslims geloven dat de ziel van een persoon gereinigd wordt door het lijden dat aan zijn of haar dood voorafgaat. Dat lijden wordt dan ook gezien als een beproeving van het vertrouwen in Allah. Volgens het islamitische geloof heeft een zieke vlak voor hij of zij overlijdt enorme dorst. De duivel verschijnt dan aan het voeteneinde van het bed en probeert de stervende in ruil voor water van zijn geloof af te brengen. Het is dan ook de gewoonte om iemand die op sterven ligt geregeld iets te drinken te geven.

Na het overlijden

Meteen na het overlijden worden er een aantal verzen uitgesproken en sluit men de ogen van de overledene. Verder legt men de armen langs het lichaam en bindt men de voeten samen. Om het hoofd wordt een doek gewikkeld, zodat de mond van de gestorven persoon niet meer kan openvallen. Op de buik wordt iets zwaars gelegd om gasvorming tegen te gaan. Er zijn 4 plichten ten opzichte van een overleden moslim(a), die we hierna elk afzonderlijk kort toelichten.

De rituele wassing

De eerste plicht is de rituele wassing. Dit gebruik wordt uitgevoerd in een ziekenhuis, rouwkamer of moskee. Volgens de islam is een dood lichaam onrein. Opdat de overledene rein voor Allah zou kunnen verschijnen, is dus een rituele wassing nodig. Eén of meerdere volwassen moslims moeten deze taak vrijwillig op zich nemen. In principe zijn het de naaste familieleden die het lichaam wassen, maar omdat dat voor hen soms te emotioneel kan zijn, kunnen ook vrijwilligers of beroepswassers onder leiding van een imam voor de wassing instaan. Het is de regel dat een mannenlichaam door mannen en een vrouwenlichaam door vrouwen gewassen wordt. De enige uitzondering daarop is voor mensen die gehuwd zijn. In dat geval mag ook de partner de wassing uitvoeren. Het wassen moet altijd gebeuren door mensen die zichzelf ook eerst ritueel gewassen hebben.

Verder moet de wassing bewust en discreet verlopen. Het lichaam van een man blijft steeds van de knieën tot de lendenen bedekt met een doek; dat van een vrouw van de schouders tot de knieën. Eerst wordt de kleine wassing of woedoe gedaan. Daarbij worden de handen, de onderarmen, de voeten, het gezicht, de nek, de oren, de neus en de mond gereinigd. Daarna voeren de wassers de grote wassing of ghoesl uit. Beide kanten van het lichaam worden om de beurt drie, vijf of zeven keer van het hoofd tot aan voeten gewassen. Het aantal keer moet oneven zijn. Eén keer mag in principe ook, maar meerdere keren is aangeraden. Na het afdrogen worden de lichaamsdelen die de grond raken tijdens het gebed geparfumeerd. Als de wassers tijdens de wassing een positieve eigenschap bij de overledene opmerken, dan mogen ze dat meedelen aan anderen. Merken ze iets negatiefs op zoals bijvoorbeeld een slechte geur of een fysieke tekortkoming, dan worden ze geacht die informatie voor zichzelf te houden.

De lijkwade

De tweede plicht is het lichaam van de overleden persoon in een lijkwade wikkelen (de kafan). De traditie wil dat er een niet-genaaide lijkwade gebruikt wordt, die bij voorkeur wit is. Voor vrouwen bestaat die uit 5 doeken, voor mannen uit 3. Het dodenkleed moet met het geld van de overledene betaald worden, voor zijn of haar schulden ermee afgelost worden. Als blijkt dat de gestorven persoon niet genoeg geld heeft voor een kafan, betalen de familieleden de lijkwade. Behalve de kafan zijn er geen andere uiterlijke tekenen te zien bij de overledene: na de dood valt het onderscheid tussen mensen voorgoed weg en zijn alle moslims gelijk. Moslims worden dus niet in mooie kledij of opgemaakt begraven, zoals dat in de Westerse wereld gebeurt. In België werd de regelgeving met betrekking tot begraven een aantal jaren geleden gewijzigd. Daardoor is het niet meer verplicht om een dode in een kist te begraven en is begraven in een lijkwade ook mogelijk.

Het begrafenisgebed

De derde plicht is het begrafenisgebed voor de overledene.  Het dodengebed wordt aangeduid met de term Salat al-Janazah en een aantal soenna’s geven aan hoe het uitgevoerd wordt. Het Janazahgebed verschilt duidelijk van andere islamitische gebeden, omdat het rechtstaand gebeden wordt. Het gaat bij dit gebed om een fard kifayah. Dat betekent dat het door een aantal moslims gebeden kan worden in naam van de hele moslimsgemeenschap. Zo blijft de gemeenschap niet in gebreke t.o.v. de overleden persoon. Voor het zielenheil van de overledene is het het best als er zoveel mogelijk mannen bidden. Het Janazah kan ook voor een overledene in het buitenland gebeden worden als niemand het daar ter plaatse kan doen. Veelal wordt niet alleen voor de gestorven dierbare gebeden, maar voor alle overledenen.

Meestal gaat een iman voor in het gebed, alhoewel dat niet verplicht is. Het is soenna dat de iman dan ter hoogte van de knieën staat als de overledene een man is en ter hoogte van het hoofd als het om een vrouw gaat. Bij het begrafenisgebed zegt de imam vier keer “Allahu akbar”, wat “God is de grootste” betekent. Het Arabische woord voor deze uitdrukking is takbeer. Na de eerste takbeer leest men in stilte het hoofdstuk Al-Faatih uit de koran. Nadat de imam voor de tweede keer de takbeer gezegd heeft, zegt men in stilte het tweede gedeelte van de tashahhoed of geloofsgetuigenis op. Na de derde takbeer is er een smeekbede voor de overledene. Na de vierde takbeer wordt even stilte gehouden. Daarna besluit de imam met de taslim, het afsluitend gedeelte van een islamitisch gebed. Wie het Janazah-gebed mist, kan het later bidden bij het graf. Voorafgaand aan het gebed vertelt de imam soms ook iets over de kwaliteiten en verdiensten van de overleden persoon. Er wordt ook altijd gesproken over allahs gezag over leven en dood.

Het Janazah-gebed wordt in de regel alleen door mannen gebeden. Vrouwen zijn dan niet aanwezig omdat het volgens de traditie een te emotioneel moment is voor hen. In Islamitische landen was het vroeger namelijk gebruikelijk dat vrouwen luid weenden om het verlies van een dierbare. Hoe meer en hoe luider er geweend werd, hoe meer aanzien de overleden persoon had. Soms werd daarvoor een beroep gedaan op professionele klaagvrouwen. Het gehuil van de vrouwen verstoorde de begrafenisplechtigheid echter en dat heeft ertoe geleid dat niet langer toegelaten werd dat ze deelnamen aan het Janazah. Vrouwen die hun emoties onder controle kunnen houden, mogen het gebed wel bijwonen, maar dan apart van de mannen.

Na het gebed stellen de mannen zich op in een rij en condoleren ze de aanwezige familieleden. Daarna lopen de aanwezigen voor een laatste afscheid langs de kist. Bij de begrafenis van iemand van Turkse of Marokkaanse afkomst is de kist bij de begrafenis vrijwel altijd gesloten. Andere moslims laten de kist van een overleden man soms wel open en ontbloten het gezicht. Bij een overleden vrouw blijft de kist altijd dicht: het is immers verboden dat mannen een 'vreemde' vrouw zien.

De begrafenis

Als het begrafenisgebed afgelopen is, hebben de aanwezigen drie mogelijkheden. Ze kunnen meteen naar huis gaan, biddend meewandelen naar de begraafplaats of na de begrafenis nog blijven om te bidden. De begrafenis volgens de islamitische voorschriften op een begraafplaats die geschikt is voor moslims is de vierde plicht ten aanzien van de dode. In België is het begraven van overledenen en dus ook het voorzien van begraafplaatsen een taak van de gemeente. In een aantal gemeenten zijn al maatregelen getroffen en percelen voorzien om moslims op gepaste wijze te begraven. Binnen de islam is het gebruikelijk dat doden zo snel mogelijk begraven worden, opdat ze snel van hun laatste rustplaats zouden kunnen genieten en als een goed mens Allahs genade kunnen ontvangen. Gewoonlijk heeft de begrafenis dan ook plaats voor zonsondergang op de dag na de sterfdag. Als het lichaam eerst gerepatrieerd moet worden, duurt het uiteraard langer. Crematie komt binnen de islam niet voor: omdat het islamitische geloof gebaseerd is op het geloof in de wederopstanding van de doden, wordt het lichaam van de overledene intact gehouden. Het is dan ook om die reden dat moslims er veel belang aan hechten om in een graf met onbeperkte grafrechten begraven te worden. Naar aanleiding daarvan kozen moslims er tot voor kort haast altijd voor om in hun thuisland begraven te worden. In België is de regelgeving op dat vlak immers anders dan in islamitische landen: grafconcessies worden hier verleend voor een periode van maximum 50 jaar. Daarna wordt het graf ontruimd en wordt het stoffelijke overschot naar een speciaal daarvoor bestemd deel van het kerkhof gebracht. Indien het graf verwaarloosd wordt, kan het zelfs zijn dat de concessie tussentijds niet verlengd wordt.

De begrafenisstoet

Na het gebed wordt de kist met de overledene in stoet naar de begraafplaats gebracht. Tijdens de processie moet de kist volledig door mensen omringd zijn. Volgens de traditie moeten ook zoveel mogelijk mannen de lijkbaar een stukje dragen. De traditie schrijft verder ook voor dat er goed doorgestapt moet worden, zodat de overleden persoon zijn laatste rustplaats flink bereikt. Op de lijkkist ligt een groen baarkleed, want groen is binnen de islam de heilige kleur. Bij de begrafenisstoet moeten nog een aantal andere voorschriften gerespecteerd worden. Onderweg moet men denken aan de dood en daar lessen uit trekken. De aanwezigen roepen Allah aan en bidden tot Hem. Het is niet toegelaten dat vrouwen in de processie meestappen. De mannen die meelopen, mogen hun stem tijdens de stoet niet verheffen en het is ook niet toegelaten dat iemand gaat zitten voor de kist neergezet wordt.

Het graf

In België komt het vaak voor dat een echtpaar ervoor kiest om in hetzelfde graf begraven te worden. Er is dan één zerk waarop de namen van beide overledenen staan. Binnen de islam kent men dit gebruik niet. Een graf wordt er als het goed van de dode beschouwd en daarom wordt er maar één dode in begraven. Het graf moet ruim en diep genoeg zijn. Moslims kennen twee graftypes: de shaqq en de lahd. De shaqq is een eenvoudige diepe kuil. Bij een lahd wordt er een nis in de wand van het graf gemaakt aan de kant van Mekka. Het lichaam wordt altijd met de voeten eerst in het graf gelegd. Beide graftypes worden zo uitgegraven dat het lichaam er op de rechterzijde in gelegd kan worden, met het hoofd in de richting van Mekka. De graven zijn dus oostelijk georiënteerd. Het lichaam wordt in de genoemde houding met aarde ondersteund. Vervolgens wordt de lijkwade aan het hoofd en de voeten losgeknoopt, maar wel op zo’n manier dat er geen aarde op het lichaam terechtkomt. Als de dode voor zijn overlijden de shahadah niet meer heeft kunnen zeggen, dan wordt dat op dat moment alsnog gedaan. Vooraleer men het graf sluit, wordt het driemaal met twee handen vol met water besproeid. Daarna wordt het graf dichtgemaakt. Alle mannen die de begrafenis bijwonen, scheppen dan om de beurt aarde in de grafkuil. Het is een religieuze plicht dan iedereen zelf de schop opneemt. Vanaf dat moment worden er geen religieuze verzen meer gereciteerd. Het graf zelf moet één hand hoog zijn. Met de aarde die overblijft wordt daarom een heuvel of twee bulten op het graf gemaakt om het te markeren. Soms wordt er ook een steen of een stuk hout op aangebracht. Als er een zerk op geplaatst wordt, wordt die erg eenvoudig gehouden en vermeldt men de naam van de overleden persoon en eventueel ook de geboorte- en sterfdatum. Soms kan er ook een gestileerde afbeelding of een vers uit de koran bij staan. Op het graf stappen of zitten is uit respect voor de overledene verboden.

De tussentoestand

In de islam is het aanbevolen dat er voor de vergeving van de overledene gebeden wordt. Daarom blijft na de begrafenis één iemand op de begraafplaats achter die de talqien uitspreekt. De bedoeling van de spreuk is dat de overledene weet wat hij moet antwoorden op de vragen van de engelen tijdens het ‘klein verhoor’. Voor moslims is de dood het moment waarop de ziel het lichaam verlaat en meegnomen wordt door de 'engel van de dood'. Na het overlijden leeft de ziel verder in de barzakh of de slaapachtige tussentoestand tot aan de Dag des Oordeels op het einde der tijden. Tijdens de barzakh wordt de ziel begeleid doordoor de zeven sferen van de hemel, als een voorproefje van het hiernamaals. Anders dan het vagevuur in Christendom is de barzakh niet bedoeld om de zielen te beoordelen, maar om ze te bewaren. In het graf waar het lichaam zich in bevindt, wordt voor gelovigen een deur geopend, zodat de dode het hiernamaals kan zien. Voor ongelovigen blijven alle deuren dicht. De ziel wordt voor de ondervraging tijdelijk terug naar het lichaam gebracht. De engelen Munkar en Nakîr onderwerpen de ziel dan aan het ‘kleine verhoor’. Als de ziel de juiste antwoorden kan geven, wordt het graf wijder en verandert het in een tuin. Antwoordt de ziel verkeerd, dan wordt het graf nauwer en worden de ribben van de overledene verbrijzeld, als indicatie van wat hem of haar in de hel te wachten staat. Na de ondervraging verlaat de ziel het lichaam weer.

De wederopstanding

Volgens het islamitische geloof bepaalt Allah wanneer het einde der tijden aanbreekt. Aan dat moment zullen een aantal voortekenen voorafgaan. Op de dag zelf vindt een catastrofe plaats, die aangekondigd wordt met een schreeuw of door een stoot van een bazuin. Bij de eerste keer wordt iedereen opgeschrikt, bij de tweede keer sterft iedereen op aarde en bij de derde keer worden alle doden opgewekt. Na die wederopstanding volgt de beoordeling van hoe iemand geleefd heeft.

De beoordeling

Alle daden die iemand in zijn leven verricht heeft, zijn door 2 engelen in een boek genoteerd. Aan elke opgestane gelovige wordt gevraagd om voor te lezen uit zijn of haar boek. De bladzijden waarop de goede daden genoteerd zijn, worden aan één kant van de weegschaal gelegd; die met de slechte daden aan de andere kant. Vervolgens wordt op basis van de stand van de weegschaal beoordeeld of iemand goed geleefd heeft. De laatste beproeving is de zwaarste. Om in het hiernamaals te komen, moet elke mens nog de sirat oversteken. Dat is een haarscherpe en haarfijne brug die over de diepte van de hel gespannen is. Gelovigen glijden probleemloos over de sirat; ongelovigen storten in de hel.

Het hiernamaals

Het leven na de dood in het hiernamaals noemen moslims de Akhirah. Afhankelijk van hoe goed een gelovige geleefd heeft, is dat hiernamaals het paradijs (djenna) of de hel (djahannam). Beide worden in de koran levendig beschreven. Het paradijs bevindt zich achter de zevende hemel. Het is het ware leven waar elke ziel naar moet streven om veilig te bereiken. Als beloning voor hun geloof worden in het paradijs alle wensen vervuld van de gelukzaligen die erheen gebracht werden. Het allerbelangrijkste voor moslims in het paradijs zijn de aanschouwing van Allah en Zijn vergeving van hun zonden. Het hiernamaals waar iemand in terechtkomt is meestal definitief. Enkel op voorspraak van Mohammed kan een enkeling, afhankelijk van zijn of haar zonden en na verloop van tijd, toch nog in de hemel terechtkomen.

De rouwperiode

De officiële rouwperiode voor de nabestaanden van de overledene bedraagt drie dagen. Wie op het kerkhof zijn condoleances niet heeft kunnen overmaken, gaat op een van deze dagen bij de familie van de gestorven persoon langs om dat alsnog te doen. Het rouwbezoek wordt ook afgelegd om de nabestaanden te troosten en te steunen. Vrouwen en mannen zitten daarbij gewoonlijk in aparte kamers. Bij moslims is het de gewoonte om gasten altijd een maaltijd voor te schotelen. Tijdens de rouwperiode wordt niet verwacht dat de nabestaanden daar zelf voor zorgen: buren en kennissen nemen dan deze taak op zich. Wie langsgaat bij de nabestaanden, brengt traditioneel dan ook eetwaren mee om bij te dragen in de kosten voor het ontvangen van alle bezoek. ’s Nachts wordt voorgelezen uit de koran. De familie nog condoleren na deze drie dagen wordt als ongepast beschouwd, omdat men de nabestaanden niet wil blijven herinneren aan het verlies van hun dierbare. Er zijn veel moslims die de rouwperiode verlengen tot 40 dagen. Streng gelovigen zullen dat echter nooit doen, omdat dat nergens in de koran opgenomen is. Het is dan gebruikelijk dat de nabestaanden gedurende deze 40 dagen op vrijdag samenkomen om samen te eten en uit de koran te lezen. Op de veertigste dag wordt de rouwperiode dan afgesloten met een bijeenkomst in het huis van de overleden persoon. Soms gebeurt het ook dat 1 jaar na het overlijden nog een rouwplechtigheid gehouden wordt. De vastgelegde rouwperiode van de achtergebleven partner van de gestorven duurt 4 maanden en 10 dagen.

Zowel bij een rouwperiode van 3 als een van 40 dagen, wordt op de laatste dag een rouwmaaltijd gehouden. De familie bedankt zo de bezoekers voor hun komst en hun steun. Als iemand na zijn dood gerepatrieerd werd, wordt zowel in het gastland als in het thuisland een rouwmaal aangeboden.

Rouwkledij

Tijdens de rouwperiode nemen moslims een aantal bepalingen met betrekking tot hun voorkomen in acht. Zo wordt er bijvoorbeeld geen opvallende kledij gedragen. Als teken van rouw dragen veel nabestaanden zwarte of donkere kleren. Moslima’s die een hoofddoek dragen, kiezen dan voor een zwarte of dragen een zwarte band om een gekleurde hoofddoek. Verder wordt er geen parfum of make-up gebruikt en mogen er ook geen juwelen gedragen worden.

Grafbezoeken

Als een moslim het graf van een overleden dierbare bezoeken, bidt hij en leest hij uit de koran. Het is gebruikelijk dat moslims die rouwen gedurende een periode van 40 dagen een grafbezoek afleggen op de zevende en op de veertigste dag. Sommige moslims kiezen ervoor om wekelijks naar de begraafplaats te gaan en doen dat meestal op donderdag en op vrijdag. Verder wordt het graf van de overledene ook vaak bezocht tijdens de ramadan en op het offerfeest. Op het graf stappen of zitten is uit respect voor de overledene verboden.

Aalmoezen

Voor de directe familie van de overledene is het een religieuze plicht om namens de gestorven persoon iets te schenken aan een goed doel. In islamitische landen gebeurt dat meestal op de derde en de veertigste dag na het overlijden. Er wordt dan eten of geld aan de armen gegeven. Moslims die in België wonen, geven vaak geld aan de moskee, die het vervolgens gebruikt voor een goed doel. Het geven van aalmoezen wordt gedaan om ervoor te zorgen dat de overledene van zijn zonden verlost wordt en een grotere kans heeft om na de wederopstanding tot het paradijs toegelaten te worden.