Joodse afscheidsrituelen

Joodse afscheidsrituelen

Met de dood komt een einde aan iemands leven op aarde. Het is een belangrijk overgangsmoment waar velen zich dikwijls ongewild, maar tegelijk onvermijdelijk, op voorbereiden. Verschillende levensbeschouwingen hebben diverse rituelen en ideeën omtrent de dood. Joden bijvoorbeeld geloven dat overledenen een nieuw leven bij God beginnen en geloven tevens in de kans op verrijzenis.

De stervende

Joden hanteren een zeer strikt onderscheid tussen leven en dood. Iemand wordt “een stervende” of “een goses” genoemd wanneer deze persoon zéker binnen de drie dagen zal overlijden. Om deze reden worden er nog geen voorbereidingen getroffen voor een begrafenis vóór de persoon zijn laatste adem heeft uitgeblazen. Joden geloven namelijk dat het leven alsnog de overhand kan halen op de dood en ze willen het lot niet tarten door reeds vóór een overlijden iemands begrafenis te regelen. Sommigen brengen om deze reden de stervende ook niet op de hoogte van zijn of haar medische toestand.

De doodsstrijd

De doodsstrijd wordt voorgesteld als een gevecht tussen de stervende en de doodsengel. De familieleden proberen in deze strijd tussen te komen door psalmen en gebeden op te zeggen en door daden van liefdadigheid te stellen. Op deze manier hopen ze de doodsengel ervan te kunnen weerhouden om de ziel van de stervende mee te nemen. Het is trouwens de taak van de familieleden en vrienden om te blijven waken over de stervende. De stervende wordt op geen enkel ogenblik alleen gelaten. Op ziekenbezoek gaan is dan ook één van de religieuze verplichtingen. De stervende daarentegen wordt ontheven van alle religieuze verplichtingen. Er wordt hem of haar wel aangeboden om zijn of haar zonden te belijden. Door dit te doen, kan de stervende zichzelf zuiveren van onreinheden.

Het overlijden

Er wordt dag en nacht gewaakt bij de stervende. Zo kunnen de familieleden de geloofsbelijdenis opzeggen wanneer de stervende zijn of haar laatste adem uiteindelijk uitblaast. Ze zeggen dan: “Hoor Israël, de Heer onze God, de Heer, is Één”. Zo kan de ziel het lichaam verlaten in herinnering aan de eenheid van God. Vervolgens brengt de doodsengel de ziel voor het tribunaal van God zodat de overledene verantwoording kan afleggen voor zijn of haar daden.

Na het overlijden

Volgens de joodse wet zijn alle familieleden na het overlijden van een dierbare in rouw, maar enkel de verwanten van de eerste graad worden, tot aan de begrafenis, vrijgesteld van de religieuze geboden (niet te verwarren met de verboden).

Ook als de stervende eenmaal zijn of haar laatste adem heeft uitgeblazen, wordt het lichaam nooit alleen gelaten. Dag en nacht wordt er gewaakt over het lichaam en worden er psalmen voorgelezen. Aan het omgaan met het lichaam van de overledenen zijn een aantal specifieke gebruiken verbonden. Nadat de ogen en de mond van de overledene worden gesloten, wordt het lichaam soms op de grond of op een ander hard oppervlak gelegd en bedekt met een wit laken. Uit respect voor de overledene die zelf niet meer kan kiezen met wie hij contact heeft, wordt alle contact met het lichaam zoveel mogelijk vermeden.

Als herinnering aan de ziel die het lichaam heeft verlaten, wordt ter hoogte van het hoofd van de overledene een kaarsje of een lichtje aangestoken. Zo blijft de ziel symbolisch aanwezig. Soms worden spiegels afgedekt en wordt stilstaand water verwijderd. Dit zijn restanten uit het oude volksgeloof.

De begrafenisonderneming

Familieleden kunnen voor de organisatie van de begrafenis beroep doen op een begrafenisonderneming. Binnen de joodse gemeenschap bestaat een organisatie die de familieleden bijstaat, namelijk de Chewra Kadisha of de gewijde vereniging. De werking van deze organisatie is vooral gestoeld op vrijwilligerswerk. Deze vrijwilligers voltrekken de vereiste rituelen en regelen de praktische zaken met betrekking tot de begrafenis. De mannen zorgen voor de mannelijke overledenen en de vrouwen zorgen voor de vrouwelijke overledenen.

De rituele reiniging of de tahara

Wanneer de stervende zijn zonden heeft beleden, is zijn of haar ziel reeds gereinigd, maar ook het lichaam dient vóór de begrafenis nog te worden gereinigd. Het lichaam wordt eerst zorgvuldig gewassen en erna heeft de eigenlijke rituele reiniging plaats, de tahara genoemd. Terwijl het lichaam bedekt blijft met een wit laken wordt er een bepaalde hoeveelheid water over het lichaam uitgegoten. De rituele reiniging wordt traditioneel uitgevoerd door de begrafenisondernemers in een speciale ruimte, namelijk de tahara-ruimte die zich gewoonlijk in het rouwcentrum of het ziekenhuis bevindt. De familieleden mogen hierbij niet aanwezig zijn.

Het doodsgewaad of tachriechien

Na de rituele reiniging wordt het lichaam van de overledene gehuld in sobere witte kledij. Het eigenlijke doodsgewaad bestaat uit een hemd, een broek, een omslagdoek, een muts en sokken die met strikjes rond het lichaam worden dichtgeknoopt. Een man wordt daarenboven gehuld in zijn gebedsmantel of talliet.

De doodskist

De doodskist is zo sober mogelijk. Meestal wordt gekozen voor een witte houten kist. Ook de attributen in de kist zijn zo eenvoudig mogelijk. Het lichaam wordt niet gehuld in kledij die vervaardigd is uit rijkelijke stoffen en het lichaam wordt niet getooid met sierraden. Alle joden worden als gelijkwaardig beschouwd en er wordt ook in de dood geen onderscheid gemaakt tussen arm en rijk. Wel wordt dikwijls aarde uit Israël in de kist gelegd.

Voorschriften voor de begrafenis

Het lichaam van de overledene dient zo snel mogelijk na het overlijden te worden begraven. Omdat de begrafenis zo snel op het overlijden volgt, is het gebruikelijk om geen overlijdensbrieven te versturen. Wel wordt, wanneer er tussen het overlijden en de begrafenis een aantal dagen voorbijgaan, een aankondiging in de krant geplaatst of wordt er een bericht opgehangen in de synagoge. Tegenwoordig worden overlijdensberichten ook via nieuwe kanalen verspreid, bijvoorbeeld via sms of e-mail. De leden van de joodse gemeenschap worden allen geacht naar de begrafenis te komen.

De rituele inscheuring van de kleren of de Keria

Joden voeren traditioneel de rituele inscheuring van de kleren uit op de dag van de begrafenis. De rituele inscheuring van de kleren wordt ook de Keria genoemd. Hierbij wordt de kledij van de naaste familieleden van de overledene gescheurd. Als ouders overleden zijn, wordt een scheur aangebracht aan de linkerkant ter hoogte van het hart, bij de echtgenoot of echtgenote, de kinderen, broers en zussen wordt een scheur aan de rechterkant aangebracht. Bij vrouwen wordt de scheur bij voorkeur in een afzonderlijke ruimte aangebracht en soms wordt deze dichtgenaaid voordat de vrouwen zich terug onder de aanwezigen begeven.

De rouwdienst

Een rouwdienst heeft plaats in het uitvaartcentrum of op straat rond de doodskist. Er worden Bijbelteksten voorgelezen en er worden psalmteksten en toespraken opgezegd. Na deze rouwdienst wordt de sobere doodskist overgebracht naar de begraafplaats. Op de begraafplaats heeft een tweede rouwdienst plaats. Er worden gebeden voorgelezen en familie en vrienden spreken een rouwrede of een Hesped uit. Alle aanwezigen bidden voor de zielenrust van de overledene en de kist wordt door zes mannen naar het graf gebracht. Op sommige plaatsen zijn er geen vrouwen aanwezig op de begraafplaats.

De rouwdienst heeft met andere woorden niet plaats in een synagoge. Enkel de rouwdienst van een rabbijn heeft plaats in een synagoge. Traditioneel wordt er dan zeven maal rond de doodskist gestapt en wordt er soms geblazen op de sjofar of de ramshoorn.

De begrafenis

Joden worden traditioneel altijd begraven. Crematie is namelijk verboden omdat joden geloven in de kans op lichamelijke verrijzenis. Tijdens de begrafenis laten de zes mannen van de begrafenisonderneming de doodskist neerdalen in het graf, dat pas op de dag van de begrafenis zelf wordt gedolven. Bij orthodoxe joden dienen dikwijls enkel alle mannelijke aanwezigen het graf te vullen met elk drie scheppen aarde, in sommige landen doen ook vrouwen dat. Aan het einde van de begrafenis wordt het Kaddish-gebed door de zoon of zonen van de overledene, of bij zijn of hun afwezigheid door een ander familielid, opgezegd. Dit gebed is een loflied op de heerschappij van God.

Joden worden begraven op begraafplaatsen waar enkel joden worden begraven en waar de graven eeuwig mogen blijven bestaan*. Omdat kerkhoven waar de graven eeuwig mogen bestaan in België wettelijk niet zijn toegelaten, worden er hier weinig joden begraven. In Nederland bestaan er wel zulke begraafplaatsen.

De rouwenden

Pas wanneer de overledene is begraven, worden de rouwenden of de Aweliem gecondoleerd en getroost door de joodse gemeenschap. Dit gebeurt bij het verlaten van de begraafplaats. Vanaf dit moment kan het verwerkingsproces beginnen.

De rouwweek of Shive

De rouwweek of Shive duurt zeven dagen. Gedurende deze zeven dagen verblijven de rouwenden in het rouwhuis. Het rouwhuis is dikwijls het huis van de overledene. In het rouwhuis zitten de rouwenden op speciale rouwstoeltjes dichtbij de grond. Tijdens de rouwweek dienen de rouwenden traditioneel een aantal voorschriften na te leven: ze mogen niet werken, ze mogen zich niet wassen, ze mogen niet koken, ze mogen geen schoeisel dragen, ze mogen niet naar de radio luisteren, ze mogen niet naar televisie kijken, ze mogen geen geslachtsgemeenschap hebben, enz. Omdat het naleven van sommige voorschriften niet altijd evident is, worden er soms uitzonderingen toegestaan bij ouderen of zieken. Traditioneel wordt zowel ’s ochtends als ’s avonds het Kaddish-gebed opgezegd. Er wordt aan de rouwenden de eerste dag een sobere maaltijd bestaande uit brood en gekookte eieren geschonken.

Tijdens de rouwweek zijn overige familieleden en vrienden religieus verplicht om de rouwenden te bezoeken in het rouwhuis. De rouwenden hoeven deze evenwel niet te verwelkomen. De rouwenden mogen namelijk zelf kiezen of ze al dan niet met een bezoeker praten. De bezoekers nemen dan ook nooit als eerste het woord.

De rouwtijd

De duur van de rouwtijd is afhankelijk van de graad van verwantschap met de overledene. Voor een ouder wordt een jaar gerouwd, voor andere verwanten wordt dertig dagen gerouwd. De bedoeling van de rouwtijd is dat de draad van het alledaagse leven terug kan worden opgenomen, maar dagelijks wordt nog steeds het Kaddish-gebed opgezegd en plezier dient gedurende deze periode te worden vermeden.

De jaarlijkse herdenking van de sterfdag

Jaarlijks wordt de sterfdag van een overledene herdacht. Deze herdenking kan gepaard gaan met een ceremonie, maar niet iedereen kiest hiervoor. Er wordt een herinneringslichtje aangestoken, maar er worden bijvoorbeeld geen bloemen op het graf geplaatst. In de plaats daarvan worden er stenen op het graf gelegd. De oorsprong van dit gebruik is echter ongekend.

* Omwille van de eventuele kans op lichamelijke verrijzenis dienen de graven eeuwig te mogen blijven bestaan.

Met de hulp van het Forum der Joodse Organisaties vzw kregen we een zicht op een aantal bijzondere joodse afscheidsrituelen.  

 


LITERATUUR

 

Broeckaert, B., Hove, I. Vanden, Branden, S. van den e.a., Grote rituelen in de wereldgodsdiensten, Davidsfonds Uitgeverij, Leuven, 2005.

Kosofsky, S.M., The Book of Costums: A Complete Handbook for the Jewish Year, Harper, San Francisco, 2004.

Molen, H. van der, Met de joden op weg: van de wieg tot het graf, van feest tot feest, van eeuw tot eeuw, Edu'Actief, Meppel, 1987.