Kermis

Kermis

Als kind gaan we er naartoe met onze ouders of grootouders, als tiener spreken we er af met vrienden of met een (potentieel) liefje, als ouder nemen we onze kinderen er mee naartoe en als grootouder genieten we van het plezier dat onze kleinkinderen er beleven: de kermis is er voor jong en oud.

Een kermis komt elk jaar rond dezelfde periode naar een stad, gemeente of dorp. Deze wordt dan in samenspraak met het lokale bestuur georganiseerd, doorgaans tussen carnaval en Wapenstilstand. Steeds vaker staan kermissen ook in de wintermaanden opgesteld, bijvoorbeeld naast een kerstmarkt of schaatsbaan. In totaal gaat het om een paar duizend kermissen per seizoen. Naast deze kermissen kunnen ook lokale verenigingen hun eigen kermis organiseren. 

Kermissen gaan vaak gepaard met feestelijke gebeurtenissen, processies, duivenlossingen, volksspelen, kermiskoersen, fanfarewedstrijden enzovoort. Deze sociale inbedding is een erfenis van de lange ontstaansgeschiedenis van een kermis of foor. De benaming 'foor' is afkomstig van het Latijnse woord forum wat marktplaats betekent. De benaming 'kermis' is dan weer afkomstig van het woord kerkmis, een middeleeuws fenomeen. Hoewel beide benamingen tegenwoordig als synoniemen worden beschouwd en vaak door elkaar worden gebruikt, heeft de ene een economische en de andere een religieuze oorsprong.

Er wordt aangenomen dat de hedendaagse kermissen zijn gegroeid uit de middeleeuwse kerkmissen en tevens uit de jaarmarkten. Kerkmissen werden georganiseerd naar aanleiding van de plechtige inwijding van een nieuwe kerk. Vele mensen waren aanwezig bij dit gebeuren. Nadien werd jaarlijks een kerkmis georganiseerd op de sterfdag van de heilige verbonden aan de betreffende kerk en op andere religieuze feestdagen. Deze kerkmissen werden na verloop van tijd grootser waardoor er niet enkel binnen, maar ook buiten de kerk werd gevierd. Uiteindelijk verdween na verloop van tijd het religieuze karakter van de kerkmissen en evolueerden ze naar kermissen. Bovendien werden er in de middeleeuwen ook jaarmarkten georganiseerd. Op deze jaarmarkten werd in de eerste plaats handel gedreven, maar later werd er ook gezorgd voor amusement en vermaak door onder meer muzikanten, acrobaten en waarzeggers. 

Bij de eerste kermissen lag de nadruk vooral op kijken. Er werd gekeken naar circusartiesten, films, worstelwedstrijden, zogenaamde freaks in het rariteitenkabinet, vlooiencircussen, dansen beren... Pas later werden de spiegeltenten geïntroduceerd waarin werd gedanst op muziek dat door een draaiorgel werd geproduceerd. Vandaag de dag ligt de nadruk niet zozeer meer op kijken, dan wel op beleven. Tal van attracties staan ter beschikking van de kermisklant waarop hij of zij letterlijk door elkaar wordt geschud. 

De kermis blijft populair: hoewel kleine dorpskermissen minder worden georganiseerd en ook minder worden bezocht, blijven de grote stadsforen telkens veel volk lokken.

Kermisattracties

Tegenwoordig staan er veel verschillende kermisattracties ter beschikking van de kermisklanten. Het is onmogelijk om deze allemaal op te sommen. Botsauto’s of autoscooters, een spookhuis, een reuzenrad, een spiegelpaleis, een rups, een vis-, smijt- of schietkraam, een lunapark en tal van andere attracties zorgen ervoor dat er voor elk wat wils is.

Carrousel of draaimolen

De draaimolen is sinds lang ongetwijfeld één van de meest bekende attracties op kermissen. Één van de eerste draaimolens zag er helemaal anders uit dan deze die we vandaag de dag kennen. De eerste draaimolen bestond namelijk uit een rechtopstaande paal met dwarsliggende balken waaraan touwen waren bevestigd. De mensen dienden deze touwen vast te nemen en vervolgens snel rond te lopen. Door hun snelheid konden ze in de lucht zweven. Nadien ontstond de draaimolen waarbij paarden werden ingezet en in de negentiende eeuw konden kermisklanten de eerste stoomcarrousel bewonderen. Vandaag de dag kennen we enerzijds de versierde carrousels met de pastelkleurige op- en neergaande paarden en anderzijds de felgekleurde draaimolens met onder andere auto’s, fietsen, helikopters en de begeerde floche waarmee een gratis ritje gewonnen kan worden. 

Kop van Jut

De Kop van Jut vinden we tegenwoordig enkel nog op kermissen in grote steden Het betreft een lange paal waarlangs een gewicht bovenaan een belletje kan doen rinkelen. Het belletje rinkelt echter enkel wanneer de deelnemer met voldoende kracht en vaardigheid de grote hamer kan hanteren. Iedere deelnemer heeft daartoe meestal drie kansen en wanneer hij of zij erin slaagt het belletje te doen rinkelen, mag de winnaar een prijs in ontvangst nemen. 

De oorsprong van dit kermisspel is helaas niet zo gezellig als het kermisbezoek zelf: een foorkramer speelde met deze attractie namelijk in op een gruwelijke misdaad uit 1872. Henricus Jacobus Jut vermoordde toen samen met zijn vriendin een rijke dame en haar dienstmeid en ging met haar juwelen en andere waardevolle eigendommen aan de haal. Jut werd enkele jaren wel gevat voor de roofmoord, maar ontsnapte de recent afgeschafte doodstraf in Nederland. De publieke teleurstelling hierom was zo groot dat de slimme foorkramer deze kermisattractie bedacht, zodat de bezoekers hun frustraties op een geweldloze manier toch kwijt konden.

De Kop van Jut zou uiteindelijk niet alleen figuurlijk bewaard blijven in een zegswijze en kermisspel, maar ook letterlijk: Juts hoofd werd na zijn dood ook tentoongesteld in een universitair anatomisch museum in Nederland. 

Eten en drinken

Een kermis is niet compleet als er geen voorzieningen zijn waar de mensen iets kunnen eten en drinken. Op iedere kermis zijn er dan ook verschillende kraampjes te vinden. Er zijn bijvoorbeeld kraampjes met frieten, oliebollen (ook wel gekend als smoutebollen), popcorn en vlaaien, maar de meest gekende kraampjes zijn deze waar pommes d'amour en suikerspinnen worden verkocht. Pommes d'amour zijn appels met een jasje van rode karamel. Suikerspinnen worden eveneens gemaakt van gesmolten suiker, maar de gesmolten suiker wordt machinaal tot suikerdraden gesponnen en wordt vervolgens rond een stokje gedraaid.

Vlaamse kermis

Op een Vlaamse kermis worden er voornamelijk volksspelen gespeeld. Jong en oud kunnen zich uitleven met hoefijzerwerpen, sjoelbakken, touwtrekken, vloerbollen, zaklopen... Een fanfare zorgt doorgaans voor een muzikale noot.

Kermiskoers

Een kermiskoers wordt vooral georganiseerd in dorpen en niet zozeer in steden. Het betreft een wielerwedstrijd die plaatsvindt tijdens het kermisweekend en waaraan alle inwonende wielertoeristen kunnen deelnemen. Er wordt aan de zijlijn gesupporterd door het hele dorp waardoor het gemeenschapsgevoel wordt versterkt.

De laatste jaren komen ook steeds meer wielrenners van heinde en ver naar lokale kermiskoersen: deze oorspronkelijk amateuristische koersen vormen tegenwoordig namelijk een populaire voorbereiding - en voor sommigen zelfs opstap - naar de professionele wielercompetitie. Ook vanuit het buitenland komen beginnelingen naar België om er 'de stiel' te leren onder de kerktoren.

Foorgemeenschap, kermisschool en internaat

De foorgemeenschap telt zo'n 1200 actieve kermisexploitanten, ze vormen een hechte gemeenschap: hun beroep wordt doorgaans van generatie op generatie doorgegeven en ook trouwen gebeurt vaak binnen de gemeenschap. 

Foorreizigers hebben eigen gebruiken en gewoonten, waaronder bijvoorbeeld de kermisschool. Kermisexploitanten reizen namelijk van het ene dorp naar het andere en van de ene stad naar de andere. Vanzelfsprekend reizen hun kleinste kinderen steeds met hen mee. De kinderen kunnen echter niet steeds van school veranderen, daarom werden kermisscholen opgericht voor de kleuters. Deze mobiele kermisscholen reizen steeds met de kermis mee. De oudere kinderen worden vaak naar een internaat gezonden. 

De forains vormen een hechte gemeenschap, de landelijke organisatie 'Verdediging der Belgische Foorreizigers' treedt op als belangenbehartiger:

http://www.dfb-vbf.be/nl/

https://www.facebook.com/forain.be

LITERATUUR EN BRONNEN

Biesen, A. Van, ‘De Gentse halfvastenfoor in de jaren 1890-1914: spiegel van haar tijd’, Oost-Vlaamse Zanten 75 (2000), nr. 2, p. 182-195.

Follet, M., Foorwaarts, Dedalus, Antwerpen, 1987.

Messiaen L., Segers E. & Depauw L., Kwestie van konijnen: verrassende verklaringen voor alledaagse gebruiken, LECA & Davidsfonds Uitgeverij, Antwerpen, p. 20-21. 

Loeff, K., en P. De Boer, Schiettent & suikerspin. Over de kermis, Waanders Uitgevers, Zwolle, 2009. (het Alledaagse leven. Tradities & trends in Nederland 15)

Wijffels, L., De kermis achterna, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 2004.

https://immaterieelerfgoed.be/nl/erfgoederen/kermiscultuur

https://kw.be/sport/wielrennen/de-teloorgang-van-de-kermiskoers/article-longread-332745.html?cookie_check=1594714272