Koningsdag

Koningsdag

Ieder jaar wordt op 15 november Koningsdag gevierd in België. Dit feest wordt ook wel Dag van de Koning of Koningsfeest genoemd. In de volksmond heeft men het meestal over Dag van de Dynastie, maar die benaming is eigenlijk niet juist: op Koningsdag wordt immers alleen hulde gebracht aan de koning van België en niet aan de hele Koninklijke familie. Koningsdag is in België geen officiële feestdag. Wel krijgen de meeste ambtenaren een dagje vrij.

Koningsdag had voor het eerst plaats in 1866, toen koning Leopold I aan het hoofd van België stond. Er werd toen 15 november als datum gekozen, omdat dat de feestdag van de Heilige Leopold is. In de bijna 150 jaar dat deze traditie bestaat, is Dag van de Koning nog een aantal keren van datum veranderd, tot in de jaren 1930 15 november als definitieve datum voor dit feest vastgelegd werd.

Op Koningsdag wordt de koning traditioneel gehuldigd met het Te Deum in de Sint-Michiels- en Sint-Goedele-kathedraal in Brussel. De organisatie van deze viering, die voorgegaan wordt door de kardinaal, is in handen van de katholieke kerk. Het Te Deum zelf is een loflied of gebed dat tijdens een plechtige viering of processie wordt gezongen. In de namiddag staat jaarlijks een militaire parade voor het koninklijk paleis op het programma.

Sinds een aantal jaar wordt het Te Deum op Dag van de Koning beschouwd als een privéplechtigheid en zijn er dan ook geen officiële vertegenwoordigers van de verschillende regeringen meer aanwezig bij de kerkelijke plechtigheid. In ons land zijn Kerk en Staat immers altijd gescheiden geweest. Dag van de Koning wordt tegenwoordig dus een beetje anders gevierd dan vroeger. Na de militaire plechtigheid aan het koninklijk paleis wordt de Koninklijke familie ook nog in het federaal parlement ontvangen door de Eerste Minister en de voorzitters van Kamer en Senaat voor een academische ceremonie. Vaste onderdelen van deze ceremonie zijn de ondertekening van het Gulden Boek, een register waarin alle voorname bezoekers hun naam schrijven, in het Halfrond en het nemen van een foto op de eretrap van de Senaat. Daarna volgt dan de eigenlijke plechtigheid, waar enkele honderden genodigden op aanwezig zijn. De deelnemers zijn enerzijds hoogwaardigheidsbekleders en anderzijds gewone burgers die zich in het voorbije jaar verdienstelijk hebben gemaakt. Koningsdag staat ieder jaar in het teken van een bepaald thema. Er worden toespraken gehouden door de Eerste Minister, de voorzitters van Kamer en Senaat en enkele vooraanstaande burgers. Tussendoor wordt muziek gebracht. Aan het eind van de ceremonie wordt de Brabançonne, het Belgische volkslied, gespeeld. Daarna volgt nog een receptie, waar de genodigden niet alleen een praatje kunnen maken met elkaar maar ook met de leden van de koninklijke familie.

De traditie wil dat het koningspaar zelf niet aanwezig is bij het Te Deum en de huldiging in de Senaat. Het zou immers niet passend zijn dat de koning aanwezig is op zijn eigen feest. De koning en de koningin wonen dus enkel de militaire parade bij op 15 november. De andere leden van de koninklijke familie maken wel hun opwachting bij de verschillende plechtigheden.

LITERATUUR

Janssens, J., ‘Ieder zijn eigen verhaal. De nationale feesten en de cultus van de septemberdagen van 1830 (1830-1914)’, Volkskunde 104 (2003), nr. 1, p. 105-142.