Schutterstradities Hoge Gilderaad der Kempen vzw

Schutterstradities Hoge Gilderaad der Kempen vzw

Schuttersgilden vind je in bijna alle steden en dorpen in Vlaanderen. Aanvankelijk stonden deze gilden in voor de veiligheid van de lokale bevolking; later evolueerden ze steeds meer naar verenigingen die onder hun leden wedstrijden organiseren. Het gildeleven omvat echter veel meer dan alleen schietwedstrijden: evenzeer draait het rond broederschap en solidariteit. In dit stuk gaan we om op de rijke gildetradities die binnen de Hoge Gilderaad der Kempen in ere gehouden worden.

Context

De handboog, de voetboog, de kleine kruisboog, de Sint-Jansboog en de buks zijn gevaarlijke wapens waar je de dag van vandaag gelukkig zelden of nooit oog in oog mee komt te staan. Toch hoef je niet naar een museum te gaan om deze van oorsprong middeleeuwse wapens te bewonderen of zelf te hanteren. De wapens en de schutterij worden nog actief beoefend door schuttersgilden. De schutters zijn van oudsher georganiseerd in de schuttersgilden. Schuttersgilden vind je in bijna alle Europese landen. Er zijn nog één of meerdere actieve schuttersgilden en schuttersmaatschappijen te vinden in de meeste grote steden en in nog heel wat kleinere gemeenten en dorpen verspreid over Vlaanderen.

De ene schuttersgilde is de andere niet. Enerzijds heb je schuttersmaatschappijen die zichzelf zien als beoefenaars van een (volks)sport. Ze beoefenen de schutterij dan als een sportdiscipline, waarbij men uitgaat van competitie en recreatieve sportschutterij. Sommige van de disciplines worden gespeeld op de Olympische Spelen. Bij de sportschutters worden dan nieuwe versies van oude wapens uit de kast gehaald. De historische schuttersgilden daarentegen geven aan dat ze traditionele gildeactiviteiten beoefenen, zoals het schieten, het roffelen, het vaandelzwaaien en het uitvoeren van streekgebonden volksdansen. Ze houden daarbij een aantal bestaande rituelen en tradities in stand. Het bevorderen van de onderlinge vriendschap en kameraadschap staat centraal.

Historiek

Heel wat van de schuttersgilden kunnen bogen op een eeuwenlange geschiedenis. Het is als schutter niet uitzonderlijk om lid te zijn van een vereniging die al om en bij de vijfhonderd jaar bestaat (de Sint-Jorisgilde van Loenhout bestaat al sinds 1354). Het ontstaan van de schuttersgilden dateert van de middeleeuwen. De maatschappij werd toen gekenmerkt door heel wat gevaren: bijvoorbeeld rondtrekkende roversbenden en vijandige legers. Aanvankelijk werden schutters ingeschakeld als gewapende beschermers van de steden. De stedelijke gildeactiviteit waaide al snel over naar de plattelandsgemeenschappen. Schuttersgilden kun je dus beschouwen als stedelijke of landelijke (privé-)milities, die de hightech wapens van hun tijd gebruikten om de gemeenschap te beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Met de handboog, de voetboog, de kleine kruisboog, de Sint-Jansboog en de buks in de aanslag waren ze de broodnodige beschermers van de steden en dorpen en kregen ze dan ook het nodige aanzien binnen hun gemeenschap. Ze werden georganiseerd zoals de andere beroepsverenigingen van hun tijd, de gilden. De gilde is van oorsprong een beroepsvereniging die duidelijke en strikte onderlinge afspraken maakte met betrekking tot de uitoefening van het ambacht/ de gildeactiviteit en de bescherming van de aangesloten leden. De afspraken binnen de gilden hadden betrekking op zaken die het beroep aanbelangden, maar evenzeer op sociaal en religieus vlak.

Gaandeweg werd het centrale gezag beter georganiseerd, waardoor de beschermende taak van de schuttersgilden werd overgenomen door de overheid. De gilden verloren gaandeweg hun militaire functie en ze werden een eerder elitaire vrijetijdsvereniging van schutters. De oorsprong van sommige van de gebruiken en de tradities van de gilden kunnen wel teruggebracht worden tot de vroegste periode. Denk alleen maar al aan de hiërarchie binnen de gilden. In een gilde wordt niet gesproken over een secretaris, een voorzitter of een bestuurslid. Hier regeren nog hoofdmannen, griffiers, dekens, koningen, keizers en oudermannen.

Hoewel de nog bestaande gilden anno 2009 de rituelen en de tradities hoog in het vaandel dragen, betekent dit allerminst dat de gilden statisch zijn en dat ze niet mee met de tijd geëvolueerd zijn. De tradities en rituelen van de gilden verwijzen naar het verleden, maar worden tegelijkertijd geherinterpreteerd en naar de hedendaagse hand gezet. Voor de gilden is het vaak zoeken naar een evenwicht tussen enerzijds behoud van traditie en identiteit en anderzijds dynamisch anticiperen op nieuwe problemen en noden.

Kaart

De kaart van een gilde is het neergeschreven historische reglement. De historische kaarten zijn soms honderden jaren oud en duiden op de rechten en de plichten die de gildeleden hebben. Naast schuttersverplichtingen zijn broederschap, religie en solidariteit kernwoorden in de kaarten. De huidige kaarten en reglementen van de gilden zijn nog steeds gebaseerd op deze eeuwenoude kaarten, het is een adaptatie van de historische reglementen aan de moderne tijd. Alhoewel de meeste kaarten, gegeven door de bul van de hoofdgilde van Leuven of de plaatselijke Heer, op elkaar gelijken zijn er bij iedere gilde wel andere elementen. Vooral de reglementen van innerlijke orde verschillen van gilde tot gilde. Zo komt het dat er veel verschillen zijn in het uitvoeren van de rituelen en de tradities in de afzonderlijke gilden.

Eed van Trouw

Wanneer er een nieuw lid tot de gilde toetreedt, dient hij zich te voegen naar de gebruiken en de reglementen van de gilde. Daarvoor dient hij dan ook de Eed van Trouw te zweren aan de gilde. In principe neemt de persoon het lidmaatschap aan voor het leven. Aan het zweren van de Eed van Trouw zijn er heel wat rituelen verbonden die verschillen van de ene tot de andere gilde. Sommige gildeleden worden thuis opgehaald, anderen worden door de tamboer ‘ingetrommeld’. Nog anderen dienen te zweren op het gildewapen en/of het vaandel.

(Schuts)boom

Schuttersgilden zijn al eeuwenlang sterk ingebed in lokale leefgemeenschappen. En dat is ook vandaag nog vaak zichtbaar in het stedelijk en landelijk landschap. Hét beeldbepalend element van de gilde is immers de staande wip, ook wel de (schuts)boom genoemd. Vroeger werd er op grote braakliggende terreinen gespeeld, nu betreffen het vaak sportterreinen. De boom zelf is een 20 tot 30 meter hoge paal waarop de gaaien/vogels worden bevestigd. Tijdens het schietspel wagen de schutters elk om de beurt een poging om de hoofdvogel af te schieten. Heel wat rituelen spelen zich af rond de boom van de gilde.

Gaai/vogel

De gaaien of vogels worden bevestigd aan de top van de (schuts)boom. De gaaien zijn ofwel houten vogels ofwel felgekleurde pluimen, die de schutters van de schutsboom schieten. De vogel wordt ook wel de papegaai genoemd. Er zijn sterke aanwijzingen dat de naam komt van het Bourgondische hof. De Orde van het Gulden Vlies zou een voorliefde voor de felgekleurde exotische vogels hebben gehad.

Koningsschieten

Meestal wordt er om de drie jaar bij elke gilde een koningsschieting georganiseerd. Het is een schieting waarbij er heel wat rituelen en tradities komen bij kijken. Vooraleer de schieting aanvangt, moeten de genodigden en de schutters de boom bevrijden van de kwade geesten. Ze doen dat door er drie maal omheen te gaan. Tegelijkertijd wordt gebeden of gezongen. De oude koning wordt van zijn koningsbreuk ontdaan, die onderaan de boom wordt opgehangen. Meestal wordt er een beurs aan de boom gehangen waarin elke schutter een kleine geldelijke bijdrage deponeert. Vooraleer de effectieve schieting van start gaat, worden er door de hoogwaardigheidsbekleders ereschoten gegeven, dit om de beurs goed te vullen. Daarna is het de beurt aan de gildebroeders, die elk op hun beurt (vaak volgens de datum van eedaflegging) een schot mogen lossen naar de vogel. Als een gildelid de vogel schiet, wordt hij geacht om koning te worden. Soms gebeurt het echter dat hij dit weigert (bv. omwille van familiale redenen) en dan kan hij het koningschap afkopen. Hij doet een bepaald bedrag in een buidel die aan de wip/boom is opgehangen of de gildebroeder kan het koningschap aanvaarden door zijn hand op de buidel te leggen.

De inauguratie van de koning is een bijzondere gebeurtenis. De vaandelgroet wordt gebracht, de tamboer speelt op de gildetrom en de nieuwe koning krijgt het koningszilver omgehangen. Bovendien dient hij met de koningin over het vaandel van de gilde te wandelen. In sommige gilden krijgt de koning een lauwerenkrans van verse bloemen.

Koning

Wanneer een schutter de koningsschieting wint, wordt hij, normaal gezien voor een periode van één, drie of zes jaar, koning van de gilde. Koning zijn is een hele eer en hij geniet dan ook van enkele materiële voorrechten binnen de gilde. In ruil daarvoor moet hij de gilde vertegenwoordigen op belangrijke gelegenheden. De koning dient ook in te staan voor alle schutterswedstrijden van de gilde. Het koningschap is evenwel niet altijd evident, het kost immers een flinke duit. Niet alleen wordt er van de koning verwacht dat hij na de overwinning een rondje geeft aan de gildeleden, er wordt ook vaak een maaltijd aangeboden en een kroegentocht georganiseerd op zijn kosten. Daarnaast dient hij tijdens zijn ‘ambt’ de gildeschat aan te vullen met een zilveren schild, waarvan soms het gewicht in zilver bepaald is in de kaart. Het is dan ook niet verwonderlijk dat niet iedereen staat te springen om het koningschap op zich te nemen. Het gebeurt wel eens dat schutters met opzet naast de gaai schieten, om het kroontje aan zich voorbij te laten gaan. Gelukkig kan de koning soms op financiële hulp rekenen van de gilde zelf.

Breuk

De koning heeft de eer de breuk te dragen. De koningsbreuk is een verzameling van schildjes die door de voorafgaande koningen aan de gilde werden geschonken en is volledig in zilver. De breuk bestaat uit een keten waarin de vuurslag is verwerkt (zoals in de keten van het gulden vlies), een voorplaat waarop de patroonheilige van het wapen staat uitgebeeld (dikwijls in reliëf). Achteraan wordt de keten gewoonlijk gesloten met een schild waarop dikwijls een afbeelding staat die refereert naar de plaatselijke overheid (kerkelijk en/of wereldlijk). Onderaan het voorste schild hangt traditioneel een vogel (papegaai) met in zijn poten een tak waar het wapen van de gilde aanhangt. Elke koning hangt binnen het jaar een zilveren schild aan de breuk. Op deze koningsschilden staat de naam van de koning, het jaartal een traditioneel ook het beroep van de koning afgebeeld. De kleine zilveren schildjes gaan terug tot de tijd van de ridders. Het schild was letterlijk en figuurlijk een symbool voor het beschermen van de zwakkeren tegen onrecht. De kleine schilden refereren vandaag nog steeds aan de ridderlijke betekenis van het schild.

Keizer

De keizerstitel is weggelegd voor gildebroeders die drie keer op rij de koningschieting weten te winnen en hun taak als koning uitdoen. De keizerstitel geldt voor het leven. De keizer krijgt daarvoor een keizersbreuk. Het vieren van de keizer verloopt met enig ceremonieel. In bepaalde gilden wordt de kersverse keizer thuis uitgehaald (opgehaald), waarna ze in stoet naar de kerk trekken waar er een eucharistieviering wordt gehouden. De dag wordt afgesloten met een feestmaaltijd en een dansavond ter ere van de keizer.

Teerfeest en Vrouwkensdag

Het teerfeest wordt meestal gevierd in het weekend na de naamdag van de patroonheilige van de gilde. Het teerfeest of ook wel gildefeest genoemd, kan soms drie dagen duren. Vroeger werd er op de vooravond door de gildeleden vers gebrouwen bier geproefd. Vandaag de dag komt men op de vooravond van het teerfeest samen om hun sponsors, met name de dorpscafés, te bedanken. De tweede dag begint traditioneel met een eucharistieviering waarin de overleden gildebroeders en -zusters herdacht worden. Nadien volgt er een koffietafel en avondfeest. Sommige gilden breien er een derde dag aan, waarbij het uithalen of ophalen van de gildeleden centraal staat. De gildevrouwen brengen op maandag een bezoekje aan de lagere scholen, waar ze de kinderen trakteren. Nu gaan ze gewoonlijk op vrijdag naar de school. De kinderen leren zo de gilde kennen en er wordt dansinitiatie gegeven.

Gildeschat

De gildeschat werd in de loop van de tijd door de verschillende generaties gildeleden opgebouwd. Elke nieuwe generatie droeg zijn steentje bij. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er heel wat historische, waardevolle voorwerpen toebehoren aan de gilden. De meest traditionele voorwerpen zijn: gildezilver, registers en documenten, trommen, vlaggen, beelden en blazoenen, breuken. De gildeschat wordt ofwel in het gildehuis ofwel bij vooraanstaande gildeleden thuis bewaard. Niet alleen zijn de gilden trots op hun bestaande gildeschat, ook pogen ze nog steeds de gildeschat uit te breiden. Zo wordt er op tijd en stond een nieuw heiligenbeeld of een keizerbreuk of koningsbreuk gemaakt. Heel wat voorwerpen zijn onderhevig aan slijtage, waardoor restauratie en conservatie zich soms opdringen. Veel voorwerpen hebben immers bij het uitvoeren van de rituelen een grote gebruikswaarde, denk maar aan de trom of aan de vaandels. De gildeschat staat hoog aangeschreven bij de gilden en wordt dan ook met de nodige zorg omringd. Vandaar ook dat er keur- en studiedagen door de Gilderaad worden ingericht. Bij de keuringen is het de bedoeling dat de deelnemende gilden hun schatten tentoonstellen en dat ze gekeurd worden naar waarde, staat, onderhoud en authenticiteit. Verder worden er studiedagen georganiseerd met als doel behoud en restauratie te stimuleren.

Vaandel

Het vaandel wordt trots bij allerhande gelegenheden door de gilde meegedragen. Op het gildevaandel wordt de patroonheilige afgebeeld, de naam van de gilde en het jaartal dat de vlag aangemaakt is.

Klederdracht

Bij vele gilden van de Hoge Gilderaad der Kempen zijn de mannelijke schutters te herkennen aan hun blauwe kiel, eventueel een sjerp met hun functie binnen de gilde, rode halsdoek en pet. De vrouwen dragen een traditionele jurk met omslagdoek en een kanten muts. Hoewel je het niet onmiddellijk zou denken, is het gebruik van de klederdracht in de gilden een eerder recente traditie. Volgens de overlevering is deze traditie in de jaren 1930 in gang gezet tijdens de festiviteiten rond het 100-jarig bestaan van België. De gilden werden gevraagd om deel te nemen aan optochten en volksculturele happenings. Heel wat gilden kregen zo een uniforme, volksculturele outfit aangemeten. Na het feestjaar bleef de klederdracht behouden en in gebruik. Zo geraakte de klederdracht ingeburgerd en gaandeweg evolueerde de kledij tot het uiterlijke handelsmerk van vele gilden in Vlaanderen. In 1952 werd de klederdracht verder ‘geïnstitutionaliseerd’ door de Hoge Gilderaad der Kempen en zo kwam er een nieuwe traditie tot stand.

Het gebruik van de klederdracht staat vandaag dan ook wel eens ter discussie. Enerzijds onderstreept de klederdracht de uniciteit van de gilden, verwijst het naar de tradities en naar het verleden. In hoofdzaak oudere gildeleden zijn dan ook fier op hun klederdracht en dragen ze trots bij alle gelegenheden. Anderzijds is de klederdracht een relatief jonge traditie, die misschien een drempel kan vormen voor het aantrekken van nieuwe leden. Heel wat vrouwen die ook actief schieten, voelen zich vaak letterlijk belemmerd door de klederdracht. Het laatste woord is hiermee zeker nog niet gezegd.

Gildezusters

Schuttersgilden waren aanvankelijk enkel voorbehouden voor mannen. Sommige gilden houden tot op de dag van vandaag vast aan deze traditie. In de meeste gilden echter wisten vrouwen al vroeg hun plaatsje te veroveren. De vrouwen werden door hun mannen ‘meegebracht’ naar bijvoorbeeld de gildefeesten. Toen bleven de vrouwen echter ver van de wapens en ze bekleedden zelden een post in het bestuur. Vandaag daarentegen staan vrouwen hun mannetje. Niet alleen zien we ze vaak op bestuursfuncties verschijnen, maar ze nemen ook deel aan schietingen. Vrouwen hebben tegenwoordig stemrecht in het bestuur, maar tot op heden kunnen ze geen hoofdman worden. Als een gildebroeder zichzelf tot koning schiet, mag hij uit de gilde een koningin kiezen. Natuurlijk kiest deze gewoonlijk zijn vrouw. De koningin wordt ook eer bewezen, ze mag de titel van koningin van de gilde dragen. In sommige gilden krijgt de oudste vrouw van de gilde de titel gildemoeder.

Bastiaantje en Mèreken

Het is bijvoorbeeld een traditie dat wanneer er processies of stoeten worden georganiseerd er soms vanuit de gilde twee verklede kinderen meelopen. Het jongetje is dan verkleed als Bastiaantje in een rood pakje en het meisje als Mèreken in een wit kleedje. Bastiaantje, die achter Mèreken loopt, wordt schijnbaar beschoten door twee schutters in gildekledij. In werkelijkheid echter wordt de pijl aan de boog vastgemaakt zodat deze het jongetje zeker niet kan raken. Het was gebruikelijk dat kinderen van de leeftijd tussen de eerste tot de plechtige communie dit tafereel uitbeeldden. Nu gebeurt het door jongere kinderen (5 tot 9 jaar). Het was eveneens een spelletje dat op straat werd gespeeld.

Verhuizen

Solidariteit tussen gildeleden staat hoog in het vaandel. Wanneer een gildelid beslist om te verhuizen, gebeurt het wel eens dat de hele gilde mee aan de kar trekt en dat gebeurt zeker niet onopgemerkt. De dag van de verhuizing komen de gildeleden in stoet met trom, vaandel en tractor aan bij de verhuizers. Ze laden de inboedel in en trekken met zijn allen in een feestelijke optocht naar de nieuwe woonst, waar alles wordt uitgeladen. Na de arbeid is er tijd voor dans en plezier, zo wordt de verhuis op gepaste wijze gevierd.

Begrafenisrituelen

Gildeleden staan elkaar bij tot in de dood. Voor de begrafenisplechtigheid begeleiden gildeleden de kist naar de kerk. Ze dragen daarbij zwarte rouwbanden om de arm, aan de trom en het vaandel. Bij de kerk wordt het gildezilver bij de begrafenis van een koning of een keizer als eerbetoon op de kist van de overledene gelegd. De gildeleden vormen een erehaag wanneer de kist door zes leden naar binnen wordt gebracht. De vendeliers en de tamboer staan in het priesterkoor opgesteld. Na de dienst wordt de vaandelgroet gebracht aan de kist. Daarna wordt de kist in stoet naar het begrafenisplaats begeleid. Wanneer de overledene een gildezuster is, worden de rituelen soms aangepast. Ook bij crematies dienen de rituelen aangepast te worden. 

Dansen

Feest en plezier gaan sinds mensenheugenis hand in hand met het gildewezen. Het mag dan ook niet verwonderen dat het dansen steeds een belangrijke rol heeft gespeeld voor de gilden. Bij bruiloften, het binnenhalen van de oogst of bijvoorbeeld rond het meigebeuren werden er specifieke dansen uitgevoerd die een diepere symboliek met zich meedragen. Er ontstonden zelfs unieke gildedansen. Denk maar aan de Trawantel, van oorsprong een strijddans. Het gaat om een stokkendans die zes mannen op de maat van een trom uitvoeren. Het zestal vormt in een kring allerlei figuren en geeft daarbij een reep of een soort van hoepel door. De stokken mogen al die tijd niet losgelaten worden. Als de vaandeldrager met de vlag zwaait, wordt de dans beëindigd. In de schoot van heel wat schuttersgilden ontstonden de laatste decennia dansgroepen die zich specifiek toeleggen op het uitvoeren van de volksculturele dansen, zo staan de gilden mee in voor het verder in stand houden van heel wat danserfgoed.

Tamboer

Heel wat gilden hebben één of meerdere tamboers. Hij/zij treedt/treden aan met zijn gildetrom op ceremoniële gelegenheden binnen de gilde, maar ook tijdens processies en andere publieke evenementen. De trom geeft de cadans en verwijst naar het militaire verleden van de gilde. De gildetrom heeft een eigen vorm en afmeting en brengt een typisch geluid voort. De trom zelf maakt deel uit van de gildeschat en kan al eeuwenoud zijn.

Vendel

Soms worden er in optochten verschillende kleurrijke vlaggen meegedragen door de vendeliers die worden opgeworpen wat het feestelijke karakter onderstreept.

Hoge Gilderaad der Kempen vzw

In 1952 werd de Hoge Gilderaad der Kempen opgericht als een koepelorganisatie. De organisatie staat voor een betere organisatie van de gilden, om zo te helpen voorkomen dat het gildeleven een stille dood zou sterven. De Hoge Gilderaad der Kempen bestaat uit een opperhoofdman, een penningmeester, een griffier, drie hulpgriffiers, vijf opperdekens en vijf opperkoningen (een voor elk wapen). De opperkoningen die drie maal na elkaar zich tot opperkoning kunnen schieten worden keizer van de hoge Gilderaad der Kempen en zetelen als dusdanig in de wet, het bestuursorgaan van de Hoge Gilderaad der Kempen.

Landjuweel

Jaarlijks wordt er een gildefeest door de Hoge Gilderaad der Kempen ingericht. Schieten in de verschillende disciplines, roffelen, gildedansen, vendelzwaaien, het keuren van de gildeschat komen telkens aan bod. Het Landjuweel is een bijzonder gildefeest en vormt het hoogtepunt van een vijfjaarlijkse cyclus waarbij er voor de verschillende disciplines een puntensysteem wordt toegekend. Een bepaalde gilde kan dan de titel van Landjuweel veroveren voor de volgende vijf jaar.

Orde van de Papegaai

In principe ben je een lid van de gilde voor het leven. Heel wat gildeleden zijn trouw aan hun lidmaatschap en kunnen dan ook rekenen op een lange staat van dienst. De gildebroeders en –zusters worden bij een jubileumviering traditioneel in de bloemetjes gezet met de Orde van de Papegaai. Na 35 jaar lidmaatschap krijgt het gildelid verdiend een kleine zilveren papegaai aan een hanger, de gouden papegaai wordt uitgereikt na een carrière van 50 jaar. Gildebroeders met een dergelijke lange carrière die een bestuursfunctie op zich nemen, krijgen er een gouden plaatje bovenop. Dit alles is uitermate streng geregeld zodat elke gildebroeder, die zich voor het gildeleven heeft ingezet, de waardering van zijn gildebroeders en – zusters krijgt. Gildezusters krijgen een zilveren of gouden broche. 

Slapende gilden

Slechts een handvol gilden zijn in de loop van de tijd onafgebroken in werking gebleven. Perioden van crisis en oorlog betekenden telkens perioden van verval voor de gilden. De nasleep van de Franse Revolutie in Vlaanderen bijvoorbeeld bezorgde de gilden een zware klap. Verregaande institutionele wijzigingen werden in alle geledingen van de maatschappij doorgevoerd, zo werden de gilden en de ambachten afgeschaft. De schuttersgilden werden gedwongen zich te ontbinden en zagen zo hun bezittingen verloren gaan. De landelijke gilden in kleinere gemeenten en dorpen konden zich beter handhaven, ze doken onder en de bezittingen werden vaak verborgen. Ook meer recent bleken de troebelen en de nasleep van de twee wereldoorlogen periodes van verval en stilstand voor de gilden in te luiden. Voor heel wat gilden betekenden deze episoden het definitieve einde, anderen konden nadien succesvol heropgestart worden. Sommige gilden zijn ook vandaag de dag ‘slapend’, wanneer er bijvoorbeeld nog slechts een handvol gildeleden in leven zijn en er geen activiteiten meer worden georganiseerd. Niet alleen betekent dit vaak een verlies van heel wat (im)materieel erfgoed, maar het heeft ook gevolgen voor de overdracht van bijvoorbeeld het roerende erfgoed van deze gilden.

LITERATUUR

Craenenbroeck, R.J.J. Van, ‘Molendansen in het Brabantse’, Volkskunde 74 (1973), nr. 4, p. 361-372.

Indesteege, L., 'Van schutten naar schieten en meer', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p.109-111.

Meyere, J.A.L. De, ‘Voorstelling van een “kluitboog” bij de meester Catharina van Kleef’, Volkskunde 72 (1971), nr. 2, p. 104-106. 

Verbesselt, J., ‘Sociologisch-volkskundig onderzoek naar de schuttersgilden’, Volkskunde 70 (1969), nr. 2, p. 166-167.