Slaaprituelen

Slaaprituelen

Slapen doet eenieder goed. Voor sommigen klinkt uitslapen als muziek in de oren, anderen hebben aan een paar uren genoeg om fris en monter aan de dag te beginnen. Bij kleintjes kan het slapengaan soms op minder enthousiasme rekenen. Om hen vlotjes naar hun bedje te leiden kunnen vertrouwde gebruiken en gewoonten handig van pas komen.

Bedtijd!

In onze cultuur wordt zelden overdag geslapen, met uitzondering van kinderen jonger dan drie à vier jaar. Slaap is dan ook een soort van overgangsmoment van de ene dag naar de andere. Toch is dat niet altijd zo geweest. Het zou zelfs een relatief recent verschijnsel zijn, dat is doorgebroken met de komst van de moderne economie. Er zijn heel wat bronnen die suggereren dat er in het pre-industriële tijdperk veelvuldig overdag geslapen werd in onze contreien. Zonder elektriciteit gingen mensen bovendien vaak vroeger slapen in de winter dan in de zomer. Dat betekende niet noodzakelijk dat ze dan ook meer uren sliepen. Hun slaappatroon verschilde aanzienlijk van dat van nu. Zo was het niet ongebruikelijk dat mensen midden in de nacht wakker werden, zich dan in stilte twee of drie uren met iets rustigs bezighielden, om dan aan hun ‘tweede slaap’ te beginnen. Die opgedeelde slaappatronen verdwijnen stilaan vanaf de zeventiende eeuw en zouden vanaf de negentiende eeuw overal worden vervangen door een slaappatroon van zes à acht uren onafgebroken slaap. Door de industriële revolutie kwam er een steeds scherper afgelijnde dagindeling van werk, ontspanning en rust. In sommige streken wordt er nog steeds overdag geslapen. In landen als Spanje, Griekenland en diverse francofone landen in Afrika heerst er een siëstacultuur, die ingrijpende gevolgen heeft voor de plaatselijke economie.

In onze traditie gaan kinderen meestal op een vast tijdstip naar bed, vanuit de idee dat ze nood hebben aan een bepaalde structuur en discipline. In landen zoals Ghana worden kinderen pas op hun slaapplaats gelegd nadat ze van vermoeidheid in slaap zijn gevallen, maar in onze cultuur zijn de meeste kinderen nog wakker wanneer ze naar bed moeten. Ouders moeten dan ook vaak alles uit de kast halen om het kind in slaap te krijgen of om het op een rustige manier alleen te laten in zijn kamer. Bij heel kleine kinderen kan dat een slaapliedje zijn, bij grotere kinderen is dat vaak het vertellen van een verhaaltje en wanneer de kinderen iets ouder zijn, mogen ze soms nog tot een bepaald tijdstip zelf iets lezen in bed. Het ritueel van het slapengaan begint meestal nog voor de kinderen op hun kamer zijn, door volgens een vast patroon de slaapkledij aan te trekken en de tanden te poetsen.

Slaapliedjes en sprookjes

Slaapliedjes voor het slapengaan worden reeds eeuwenlang overal ter wereld in alle mogelijke talen gezongen. De bedoeling van een slaap- of wiegenliedje is om kinderen rustig te krijgen. Vandaar dat ze vrij eenvoudig zijn van melodie, tekst en ritme en dat herhaling heel belangrijk is. Het liedje wordt meestal ook begeleid door een aantal gebaren of handelingen. Zo wiegen of aaien veel ouders hun kind in slaap op het ritme van de muziek. Een bekend voorbeeld van een slaap- of wiegeliedje is: “Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap, een schaap met witte voetjes, dat drinkt zijn melk zo zoetjes, slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap.”

Wanneer er gekozen wordt voor het vertellen of voorlezen van verhaaltjes bij het slapengaan betreffen het doorgaans sprookjes. Sprookjes zijn korte volksverhalen waarin fantastische figuren zoals onder andere reuzen, feeën, heksen, prinsen en prinsessen de hoofdrol spelen.

Sprookjes worden verzameld in sprookjesboeken waardoor sprookjes makkelijker overleven. Slaapliedjes daarentegen worden meestal enkel mondeling overgeleverd. De overlevingskansen van dergelijke liedjes zijn dan ook opmerkelijk kleiner. Vaak gaat het om oude pareltjes die stilaan dreigen te verdwijnen omdat er andere liedjes in de plaats komen of omdat ze niet langer van ouder op kind worden doorgegeven.
Meer informatie over slaapliedjes, vind je op www.slaapkindjeslaap.be

De slaapplaats

In het Westen slapen we doorgaans in een aparte ruimte – de slaapkamer – waarin een bed met matras staat. Het bed is echter een vrij westers meubelstuk. Elders in de wereld bestaan heel wat andere objecten waarin of waarop mensen slapen, zoals hangmatten (bv. in het Amazone gebied), een mat op de vloer, een dierenhuid, een bank of een vloerverhoging. De meeste mensen in het Westen gebruiken een zacht kussen om onder hun hoofd te leggen. In andere delen van d wereld laten mensen hun hoofd rusten op een houten neksteun, of zelfs op een steen. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval in het noorden van Namibië.
Waar we slapen bepaalt ook hoe we slapen: in een hangmat kan je nu eenmaal niet op dezelfde manier liggen als op een matras. Hoewel wij slapen associëren met liggen, zijn er gevallen bekend van mensen die al zittend (bv. Tibetaanse monniken) of zelfs als staand (bv. de Masaï) kunnen slapen. Onze slaaphouding is met andere woorden geen natuurlijk gegeven, maar cultureel bepaald.

Hoewel sommige westerse ouders in hetzelfde bed slapen als hun baby, worden kinderen toch doorgaans in een andere kamer gelegd. In de westerse opvatting leert een kind zelfstandig te zijn door op vroege leeftijd apart te slapen van zijn ouders. Ook dat is iets dat niet altijd zo is geweest. Tot ongeveer 200 jaar geleden sliepen kinderen over heel de wereld doorgaans in dezelfde ruimte, of zelfs in hetzelfde bed, als hun ouders. De nieuwe pedagogische opvattingen en de ruimere behuizing zorgden ervoor dat men in het westen overtuigd raakte dat kinderen beter in een aparte ruimte te slapen werden gelegd. Maar in grote delen van de wereld wordt die overtuiging nog steeds gezien als tegennatuurlijk. In vele Afrikaanse landen bijvoorbeeld slapen de kinderen bij de ouders, net als in Japan, Korea en Taïwan waar men meent dat het kind constante bescherming nodig heeft van een volwassene.

Knuffels, dekentjes en lievelingsspeelgoed

In culturen waar kinderen niet bij hun ouders slapen, hebben kinderen vaak een speciaal object om het alleen-zijn op te vangen. Dat kan een knuffelbeertje zijn, een dekentje of een stuk lievelingsspeelgoed. Omdat dergelijke hulmiddeltjes zo alomtegenwoordig zijn in onze cultuur, gaat men er vaak vanuit dat alle kinderen van nature door een fase gaan waarbij ze bijzonder gehecht zijn aan hun slaapvoorwerpen. Maar in culturen waarin kinderen bij hun ouders slapen komt het gebruik veel minder voor.

LITERATUUR

Govindama, Y., ‘Trouble du sommeil chez le jeune enfant et le mode de coucher: une etude transculturelle’, L’évolution psychiatrique 69, 2004, p. 49-65.

McKenna, J., ‘Cultural Influences on Infant and Childhood Sleep Biology, and the Science that Studies It: Toward a More Inclusive Paradigm’, In J. Carroll e.a. (Eds.), Sleep and Breathing in Children: A Developmental Approach, Informa Healthcare, Londen, 2000, p.199-230.

Prince, P., ‘Peculiar Sleeping Postures of the Tibetans’, Man, 53, p.145.

van der Geest, S., ‘Bed en beddengoed: Antropologische notities’, Medische Antropologie 17 (1), 2005, p. 117-139.

William, S.J., Sleep and society : sociological ventures into the (un)known, Routlegde, Londen, 2005.