Verhalen vertellen

Verhalen vertellen

Doordat er vandaag de dag meer en meer televisie wordt gekeken, wordt er dikwijls vergeten dat we over een eeuwenoude rijke vertelcultuur beschikken. Dagelijks vertellen we sowieso verhalen over alledaagse gebeurtenissen, maar dikwijls worden er ook minder alledaagse verhalen verteld. Doorgaans betreffen het in dat geval verschillende soorten volksverhalen die meestal aan kinderen worden verteld. Maar ook jongeren en volwassenen raken zonder twijfel nog steeds gemakkelijk geboeid door allerhande vertellingen, vooral wanneer de verteller in kwestie vertelt met de nodige intonatie en expressie.

Vertellers kunnen kiezen uit een groot aanbod van vertelgenres waaronder legenden, mythen, sagen, sprookjes en urban legends.

Legenden

Legenden worden eerder voorgelezen dan verteld. De benaming is namelijk afgeleid van het Latijnse “legenda” en betekent “wat gelezen moet worden”. Legenden zijn historische volksverhalen die religieus van aard zijn. Het leven van een heilige of een plaatselijke cultus staan meestal centraal. 

Mythen

Mythen kennen hun oorsprong in de Klassieke Oudheid. Aanvankelijk werden ze enkel mondeling overgeleverd, pas later werden ze ook neergeschreven. Er bestaan vele verschillende soorten mythen, maar in alle soorten spelen goden, halfgoden of helden de hoofdrol en worden verklaringen geopperd voor onverklaarbare fenomenen.

Sagen

De benaming is afkomstig van het Duitse “was gesagt wird”. Ook sagen werden aldus oorspronkelijk enkel mondeling overgeleverd. Ondertussen hebben diverse auteurs tal van sagen reeds gebundeld in boekvorm om ze op die manier nog beter te kunnen overleveren en te kunnen bewaren voor het nageslacht. Deze mondeling overgeleverde volksverhalen berusten meestal op iets dat echt is gebeurd, maar bevatten vele elementen van volksgeloof. Vaak spelen in sagen namelijk vreemde figuren zoals onder andere watergeesten, weerwolven en tovenaars de hoofdrol. Ook hier worden bovennatuurlijke verklaringen geopperd om onverklaarbare fenomenen uit te leggen. Sagen kennen doorgaans een pessimistische of zelfs tragische afloop.

Sprookjes

Sprookjes zijn succesvolle volksverhalen die worden verteld of worden voorgelezen, doorgaans aan kinderen. Sprookjes spelen zich af op een verzonnen plaats en een onbepaald tijdstip. Fantastische figuren zoals bijvoorbeeld elfjes, heksen, kabouters en reuzen spelen de hoofdrol. Het goede overwint steevast van het kwade, waardoor sprookjes altijd een happy end hebben: “En ze leefden nog lang en gelukkig!”

Urban legends

Deze moderne sagen worden net als traditionele sagen vooral mondeling overgeleverd. Jongeren jagen elkaar graag de stuipen op het lijf met deze gruwelijke verhalen die telkens als echt gebeurd worden voorgesteld, want ze hebben het verhaal vernomen van een vriend van een vriend. Deze volksverhalen spelen zich af in de hedendaagse verstedelijkte maatschappij. Iedereen heeft zeker al eens verhalen gehoord over bijvoorbeeld katten in wasmachines, dodelijke spinnen in cactussen, organendiefstal, tegenslagen door kettingbrieven en een engelenglimlach.

LITERATUUR

http://www.volksverhalenbank.be

http://www.vanstoeltotstoel.be/ (Van Stoel tot Stoel vzw is het aanspreekpunt in Vlaanderen voor alles wat met de vertelkunst te maken heeft.)

Berg, M. Van Den, ‘De spreuk in de sage. Toverformules en andere stereotiepen in de Antwerpse sage’, Volkskunde 90 (1989), nr. 3, p. 281-335.

Berg, M. Van Den, ‘Tafeltje dek je. Eten en drinken in het sprookje’, Volkskunde 95 (1994), nr. 4, p. 251-266.

Berg, M. Van Den, ‘Het hoogmoedige meisje en de vrijers op het kerkhof (AaTh 940)’, Volkskunde 98 (1997), nr. 3, p. 197-218.

Berg, M. Van Den, ‘”Het zou toch kunnen” Studenten vertellen hedendaagse sagen: een Antwerpse enquête’, Volkskunde 100 (1999), nr. 3, p. 314-334.

Blécourt, W. De, ‘’Met bloed uwen naem van onder op dit perkament zetten’. Duivelverhalen in de schriftelijke en mondelinge overlevering’, Volkskunde 111 (2010), nr. 1, p. 19-39.

Bortolot, U. und E. Klusen, ‘Oma’s lebenstraum. Die Lieder und die biographischen Erzählungen der Hendrine Molding‘, Volkskunde 83 (1982), nr. 4, p. 240-287.

Bouciqué, B., ‘De drakendoder en zijn trouwe dieren (AT 300) in de Vlaamse en internationale sprookjestraditie’, Volkskunde 102 (2001), nr. 3, p. 175-208.

Coilie, J. Van, ‘Kniebel knabbel knoopje wie knabbelt er aan mijn sprookje?’, Volkskunde 96 (1995), nr. 3, p. 323-338.

Dielens, J., ‘Het is echt gebeurd, het stond in de krant! Een onderzoek naar het verschijnen van moderne sagen in de krant Het Laatste Nieuws (1998, 1999, 2000)’, Volkskunde 106 (2005), nr. 1/2, p. 155-186.

Dusar, W., ‘Van zwarte madammen en hippe heksen’, Volkskunde 106 (2005), nr. 1/2, p. 103-148.

Effelterre, K. Van, ‘Terugkerende doden in moderne sagen’, Volkskunde 106 (2005), nr. 1/2, p. 45-75.

Effelterre, K. Van, ‘FW: Schitterend! Narratieve volkscultuur in de mailbox’, Volkskunde 108 (2007), nr. 4, p. 295-346.

Elias, M.J.C., ‘Wiens kind ik ben, wiens moeder ik wierd. Grensvervaging en omkeringen in het verhaaltype AT 927’, Volkskunde 100 (1999), nr. 4, p. 361-388.

Fransen, S., ‘De wereld volgens het sprookje’, Volkskunde 96 (1995), nr. 1, p. 20-47.

Hulsens, E., ‘Obscene volksvertellingen uit Vlaanderen’, Volkskunde 87 (1986), nr. 3, p. 193-199.

Indesteege, L., 'Verhalen vertellen', in: Limburgs Volkskundig Genootschap, Lapjesproef voor drie zussen, Concentra Media nv, Hasselt, 2004, p. 84-85.

Koman, R.A., ‘De bok der zonde. Satanisch ritueel misbruik in de orthodox-protestantse vertelcultuur’, Volkskunde 111 (2010), nr. 1, p. 41-56.

Langenhuijsen, M.M.A.C., ‘Genealogie en curriculum van een fabeldier: de basilisk’, Volkskunde 110 (2009), nr. 1, p. 49-58. 

Meulemans, W., 'Moderne sagen. Geloofwaardige verhalen vol spanning, verrassingen en twijfels', Van Mensen en Dingen. Tijdschrift voor volkscultuur in Vlaanderen 1 (2003), 3, p. 299-308. 

Nieuwenhuysen, P. Van, ‘Lakense volksverhalen en plaatsnamen’, Volkskunde 97 (1996), nr. 1, p. 32-57.

Meder, T. en E. Venbrux, ‘Van bescherm-engel tot beton-meubel over bekendheid en geografische spreiding van enkele ‘hedendaagse sagen’ in Nederland en Vlaanderen’, Volkskunde 100 (1999), nr. 1, p. 73-95.

Osta, W. Van, ‘Semini God! Semini, God? De Antwerpse semini-sage doorgelicht’, Volkskunde 93 (1992), nr. 3, p. 202-234.

Piebenga, G.A.,’Een Vlaamse versie van het Polyfemus-verhaal’, Volkskunde 89 (1988), nr. 4, p. 308-316.

Roeck, A., ‘Hedendaagse volksverhalen’, Volkskunde 89 (1988), nr. 2, p. 117-151.

Schoefs, H., ‘Enkele methodologische en andere bedenkingen bij het moderne volksverhaalonderzoek en handleiding voor jonge vorsers’, Volkskunde 98 (1997), nr. 2, p. 73-107.

Schoefs, H., ‘Resultaten van een onderzoek naar oraal overgeleverd cultureel erfgoed in Groot-Riemst’, Volkskunde 98 (1997), nr. 4, p. 256-279.

Strik, O., Broodjes aap & drakendoders. Over vertelcultuur, Waanders Uitgevers, Zwolle, 2009. (Het Alledaagse leven. Tradities & trends in Nederland 19)

Top, S., ‘Voor- en nabeschouwingen bij oma’s lebenstraum van E. Klusen’, Volkskunde 83 (1982), nr. 4, p. 237-239.

Top, S., ‘Stadssagen en volksballaden. Verslag van twee Tagungen in Sheffield (12-18, 19-23 juli 1982)‘, Volkskunde 83 (1982), nr. 4, p. 304-316.

Top, S., ‘Het tijdschrift “Volkskunde” (1888- ) en de volksverhaalstudie in Vlaanderen’, Volkskunde 100 (1999), p. 183-191.

Top, S., ‘Cultuurpolitiek en volksverhalenstudie in Vlaanderen (1830-2000)’, Volkskunde 109 (2008), nr. 1, p. 1-26.

Top, S., ‘De Hellejongen. Een Vlaamse duivelsage als casus voor de problematiek schriftelijke versus mondelinge overlevering’, Volkskunde 111 (2010), nr. 1, p. 1-17.