Verloren Maandag

Op de eerste maandag na de zondag na Driekoningen wordt Verloren Maandag gevierd. Sommigen spreken ook van Verzworen Maandag. Vroeger ging Verloren Maandag gepaard met heel wat gebruiken. Zo werd er speciaal brood gebakken, gingen mensen van deur tot deur om fooien te verzamelen of hielden ze feestelijke optochten die doorgaans eindigden in de herberg. De meeste van die tradities zijn inmiddels verdwenen. Alleen in de streek rond Antwerpen wordt Verloren Maandag nog echt gevierd, al beperkt het vieren zich tot het eten van worstenbroden en appelbollen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog zorgt Verloren Maandag er voor een ware toeloop naar de bakker. In Antwerpen werd het de gewoonte om thuis worstenbroden en appelbollen te serveren. Het gebruik breidde zich uit naar de cafés die de lekkernijen vaak gratis aan hun klanten aanbieden en ook heel wat bedrijven zorgen ervoor dat het lunchpakket op die dag wordt vervangen door worstenbrood.

Over de oorsprong en de naamgeving van deze traditie bestaat er geen eensgezindheid. Volgens sommigen verwijst de benaming Verloren Maandag naar het evangelieverhaal dat gewoonlijk wordt voorgelezen op de zondag die eraan voorafgaat. Het verhaal vertelt hoe Jozef en Maria de toen 12-jarige Jezus ‘verloren’ en na drie dagen weer terugvonden in de tempel in Jeruzalem. Anderen plaatsen de oorsprong van de traditie in de vroege middeleeuwen. In die periode ontstond bij heel wat beroepsklassen de gewoonte om elkaar bijstand te zweren. Die ‘verzwering’ ging gepaard met eet- en drinkgelagen. Later zouden de ambachtsgilden die traditie hebben overgenomen. Ambachtsgilden wonnen in de 14de eeuw immers aan macht. De meeste gilden hadden het alleenrecht bij de uitoefening van een beroep en verplichtten de aansluiting van alle beroepsgenoten. Door hun reglementen en prijsafspraken probeerden ze de onderlinge concurrentie zoveel mogelijk te beperken. Ieder jaar werden de leden van het bestuur verkozen die de eed zworen op Verloren Maandag. Deze ‘verzworenen’ trakteerden hun leden daarna steevast op een groot feest. Ook degenen die door de overheid waren verkozen om een ambt uit te oefenen, zouden volgens sommigen de eed hebben afgelegd op Verloren Maandag en dat daarna duchtig gevierd hebben in de herbergen. Op deze laatste bewering is echter veel kritiek omdat er weinig bewijs bestaat dat de ambtenaren effectief in die periode werden verkozen. Wat er ook van zij, Verloren Maandag wordt al eeuwenlang in verband gebracht met het bezoeken van de herberg. Het is niet ondenkbaar dat de herbergiers zelf op het idee kwamen om vette en zoute worst te serveren tijdens de feestdag om hun klanten meer te laten drinken. Ook zijn er meldingen uit de zestiende eeuw van ‘heeten koek’ of warme broodjes die op Verloren Maandag werden geserveerd. Omdat er op die dag vooral werd gedronken en gegeten in plaats van gewerkt, was deze dag zogezegd een verloren dag.

Hoewel er heel wat meldingen zijn van feestmaaltijden op Verloren Maandag is het niet echt duidelijk wanneer men voor het eerst worstenbrood serveerde. Een van de eerste meldingen van worstenbrood in Antwerpen dateert pas uit het jaar 1800. Daarna getuigen heel wat bronnen uit de negentiende eeuw over het feit dat welgestelde ambachtslui en fabrieksbazen hun arbeiders trakteerden op worstenbrood, borrels en ook peper- en zoetekoek. De worstenbroodjes bestaan uit gehakt of worsten gehuld in een jasje van bladerdeeg. Er bestaan evenwel verschillende soorten worstenbroodjes: enkele, dubbele, met witloof, … De appelbollen worden dan weer speciaal voor de zoetekauwen aangeboden. Appelbollen zijn volledige appels met binnenin kaneel of andere zoetigheden, die gewikkeld zijn in bladerdeeg. Bovendien wordt iedere appelbol bestrooid met suiker. Ieder jaar opnieuw slaan bakkers en slagers uit de provincie Antwerpen de handen in elkaar. De worstenbroodjes en appelbollen zijn er dan ook verkrijgbaar bij de meeste bakkers, in de meeste cafés en in de meeste warenhuizen.

LITERATUUR

Osta, W. van, 'Over de oorsprong en betekenis van Verloren maandag', Volkskunde 92 (1991), nr. 4, p. 317-346.

Nannings, J.H., Brood- en Gebakvormen en hunnen Beteekenis in de Folklore, Schiedam, 1932.

Celis, G., Volkskundige Kalender voor het Vlaamsche Land, Gent, 1990, p. 100.