Waarom kiezen we een koning voor één dag tijdens Driekoningen?

Waarom kiezen we een koning voor één dag tijdens Driekoningen?

Op 6 januari of dertien dagen na eerste Kerstdag wordt Dertiendag gevierd, beter gekend als Driekoningen. Volgens de christelijke overlevering zagen drie wijzen uit het Oosten kort na de geboorte van Jezus een ster schitteren. Caspar, Melchior en Balthasar volgden deze heldere ster tot in Bethlehem. Daar begroetten ze de pasgeboren Jezus en schonken hem drie gaven, met name goud, wierook en mirre. Een gekende traditie verbonden aan Driekoningen is het zogenaamde koningsspel. Er wordt dan een taart gebakken waarin een boon wordt verstopt. Wanneer de taart wordt verdeeld, kan er naar de boon worden gezocht. Degene die de boon in zijn of haar stuk taart vindt, wordt benoemd tot koning voor een dag. En dit koningschap brengt uiteraard bepaalde privileges met zich mee. Dit spel is in eerste instantie bedoeld voor kinderen, maar wordt vaak ook door volwassenen gespeeld. Reeds in de klassieke oudheid zijn er sporen gevonden van verschillende rituelen waarbij een koning voor een dag werd verkozen. Zo werd tijdens het feest van Saturnus (17 december) en de festiviteiten die daar op volgden, de wereld op zijn kop gezet. Meesters bedienden hun slaven en de dienaars mochten feesten en drinken. De geleidelijke verspreiding van het christendom bracht een reeks nieuwe feesten met zich mee. Er werd gezocht naar een manier om oude feesten te integreren in de christelijke samenleving. In de kerstperiode, waarin voorheen veel heidense feesten plaatsvonden, werden nu christelijke feesten gepland. Vanaf de vroege middeleeuwen werden deze nieuwe tradities samengebracht tussen 24 december en 6 januari. In het Westen van Europa werd de viering van de aanbidding van Christus door de wijzen (Magi) geïntroduceerd. Hiermee werd het feest rond Driekoningen op de dertiende dag na de geboorte van Christus een feit. Tussen de 12e en de 16e eeuw wint de gewoonte van een koning kiezen aan populariteit. Het feest werd niet alleen in abdijen, kloosters en kerken gevierd, maar ook bij burgers en kinderen. Tijdens 16e en de 17e eeuw bereikte het gebruik om een bonenkoning te kiezen, na het vinden van een boon of erwt die verstopt was in een taart, een hoogtepunt. De koning werd aangewezen middels lootjes met personages erop, die gezamenlijk een hele hofhouding vormden. Hiervoor waren voorgedrukte exemplaren in de handel, de zogenaamde koningsbrieven. Die brieven met rollen voor de nephofhouding en afbeeldingen konden in stukken worden gesneden en dienden voor een lottrekking. De kreet ‘De koning drinkt’ was de aanleiding voor een gezamenlijke toast. Ook het gebruik waarbij groepen jongeren als bedelende jongeren met een stok met een ster van deur tot deur gingen bedelen, kwam in de tweede helft van de 15e eeuw op en verspreidde zich vanaf de tweede helft van de 16e eeuw steeds meer.

Uit Messiaen L., Segers E. & Depauw L. (2016), Kwestie van Konijnen. Verrassende verklaringen voor alledaagse gebruiken, Davidsfonds/WPG Uitgevers Belgie nv