Zon, zee en strand: kusttradities in Vlaanderen

Zon, zee en strand: kusttradities in Vlaanderen

Zon, zee, strand

Als we langs de Belgische kystlijn zouden lopen, welke rituelen en tradities komen we dan tegen? We geven hier een korte introductie en beschrijving van een aantal tradities, waaronder de billenkar, strandbloemen, strandcabines, strandspelen, eetcultuur en kamperen aan de kust.

Verlof, vrije tijd, vakantie

Als je denkt aan toerisme, waar denk je dan aan? Misschien een persoon met een grote camera om de nek die foto's neemt van alles en iedereen? Vaak een grappig zicht, zeker wanneer hij witte sokken in sandalen draagt. Maar toeristen, of vakantiegangers, kunnen ook personen zijn die ervoor zorgen dat er nieuwe rituelen ontstaan of dat bestaande rituelen versterkt worden. De veranderende houding tussen werk en vrije tijd en de opkomst van toerisme en valantie zo rond 1900 zijn een aanjager geweest van kusttradities. 

Eind negentiende, begin twintigste eeuw was vakantie nog voornamelijk iets voor een minderheid van rijkere burgers. De meerderheid moest te lang en te veel werken om met vakantie te kunnen. Als tegenreactie daarop werd er in 1936 een wet op betaald verlof ingevoerd. Hierdoor konden steeds meer arbeiders van een welverdiende vakantie genieten. 

Weken aan zee of dagjestoerist? 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog komt het kusttoerisme stil te liggen. De kusten zijn te gevaarlijk om er op vakantie te gaan en velen hebben andere zaken aan hun hoofd. Na WO II herstelt het kusttoerisme zich snel. In de jaren '60 wordt de 5-daagse werkweek de standaard en ontstaat er een bloeiende economie in Vlaanderen, die zorgt voor een groter vakantiebudget. Met dat geld blijven vakantiegangers nu weken aan zee. Al die mensen willen bakken in de zon, zwemmen in de zee en het zand tussen de tenen voelen. Maar zij willen ook andere activiteiten ondernemen. Kinderen wagen zich aan strandspelen, maken strandbloemen of huren een billenkar. Strandcabines krijgen hun plekje aan zee. Strandgangers verblijven niet alleen in hotels, maar kamperen ook aan de kust. En mensen die op vakantie gaan, willen natuurlijk ook lekker eten. Hierdoor ontstaan bepaalde eetgewoonten in de kustgebieden. Het meest opvallende dat zeker gelinkt kan worden aan de toeristen die de zee opzoeken, is het eten uit de frigobox. Snacks en drankjes worden uit de plactic koffer getoverd en sieren het strandbeeld. Niet overal worden de koelboxen even goed onthaald. Bepaalde kustgemeenten zien ze liever vertrekken in de hoop dat toeristen de weg naar de lokale horeca zullen blijven vinden. Tegenwoordig is het niet meer zo gebruikelijk dat mensen wekenlang aan de kust op vakantie gaan, er zijn nu veel meer 'dagjestoeristen'. Die zijn soms minder bekend met kusttradities, of zijn niet snel geneigd om eraan deel te nemen, juist omdat ze maar één dag aan zee verblijven. 

Samen trappen langs het strand

Eind jaren '20 dienen de eerste 'billenkarren' als badkarren voor rijke dames. Zij konden daarmee tot aan het water rijden en vervolgens op een discrete manier een verfrissende duik nemen. Deze dames droegen vaak lange rokken (tenminste tot zij bij het water aankwamen), die nog wel eens konden opwaaien bij een windvlaag aan zee. Zo komt de 'billenkar' ('cuisse-tax') aan de naam. 

De bloeiende economie van de jaren '60, met toeristen die weken aan de kust bleven, zorgden voor een gestage groei van vervoerbedrijven die met Pasen tot september hun deuren openhielden voor de verhuur van een billenkar. Eerst werden ze met hout, later met metaalplaat bekleed. Ze werden ook beschilderd en zagen eruit als kleine autootjes, met mooie versieringen. De karren werden ook steeds verder gemoderniseerd en van nieuwe gemakken voorzien. Nog altijd staan de billenkarren garant voor een bijzonder ritje langs de kust, met tal van unieke voordelen. Zo kan je picknicken op de kar (minder zand in je eten) en er kunnen meerdere mensen mee. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd maar ook hoe meer benen, des te gemakkelijker de kar vooruit te trappen is. 

Strandbloemen te koop! 

Een schelp voor een bloem

Over het ontstaan van de traditie van strandbloemen maken is nog lang niet alle informatie boven water. Wat we weten is dat er zeker vanaf het interbellum strandbloemen gemaakt worden langs de Vlaamse kust. Dit is mogelijk een afgeleide van papieren bloemendecoraties die in het belle époque populair waren. Daamee werden huizen versierd en religieuze feesten van decoraties voorzien. Er zou ook een link kunnen zijn met de bloemencorso's, de bloemenstoeten die door de straten trekken versierd met -veelal- dahlia's. 

Kinderen die aan de kust kwamen spelen, werden geholpen door hun ouders, grootouders, andere familie of vrienden om bloemen te knutselen. Ze werden meestal gemaakt uit crêpepapier voor de bladeren en takken of ijzerdraad voor de stengel. Maar er werden ook andere materialen gebruikt. Als de bloemen af waren, werden ze uitgestald in een kraampje (of een verhoging van zand). Dan kon de verkoop beginnen. In ruil voor de meeste, beste of mooiste schelpen werden de strandbloemen 'verkocht'. En de verkoper van de bloem bepaalde zelf waarmee hij of zij akkoord ging. Serieuze business want die geknutselde bloem waar je zo je best op hebt gedaan, doe je toch niet zomaar weg voor een kokkeltje? 

Zelf meedoen? 

Strandbloemen maken is een vrolijk en kleurrijk tijdverdrijf voor kinderen en volwassenen en is zeker niet alleen iets van vroeger. In 2021 is de traditie erkend op de Vlaamse Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed. Erfgoedcel Kusterfgoed zet er sterk op in om dit immaterieel erfgoed te doen opleven in de kustplaatsen. Dit resulteerde in een aantal grote publieksacties op en rond het strand. Online, zoals op de website van erfgoedcel Kusterfgoed, vind je talloze tutorials over hoe je precies zo'n strandbloem maakt en het materiaal? Dat kan je gewoon kopen in de AVA of een andere knutselwinkel. Complete sets om papieren bloemen te maken vind je dan weer in de Hema of in de Zeeman.

Strandcabines

Strandcabines zijn de houten huisjes, soms op wielen, maar tegenwoordig vaak op een fundering, die op het strand of langs de duinrand te vinden zijn. Ze worden in het voorjaar langs de kustlijn geplaatst, als voorbereiding op het toeristische seizoen. Dan kunnen de vakantiegangers zich daar omkleden of het als afgesloten bewaarplek voor strandspullen gebruiken - een welgekomen extra opbergruimte voor de zanderige speeltjes, vliegers en visnetten waar in de appartementen vaak niet zoveel plek voor is. Soms kun je ook in een strandcabine overnachten. 

De cabines hadden vroeger wielen, zodat je ze tot bij het water kon trekken. Dat was bedoeld om je discreet te kunnen omkleden en zwemmen, vergelijkbaar met de billenkarren. Tegenwoordig vind je strandcabines eerder dichter bij de dijk. In het najaar worden ze afgeborken, om stromschade te voorkomen. Dan liggen de afgebroken huisjes een hele winter te wachten tot ze het volgende zomerseizoen de strandgasten weer mogen verwelkomen. 

Spelen met zand, water en wind

Het schooljaar is voorbij, de zomervakantie begint... dat betekent boeken aan de kant en spelen! Veel mensen hebben jeugdherinneringen aan kampeervakanties aan de kust. Daar deden (en verzonnen) zij als kind allerlei spelletjes om zich de hele zomer mee zoet te houden. Zo maakten ze de strandbloemen die we al aanhaalden en bouwwerken van zand (denk maar aan hele kastelen met gracht die langs de kustlijn opdoken). Balspelen zoals voetbal en racketbal zorgden voor amusement bij de kinderen. Ook vangspelen, met of zonder klittenband, frisbees en zandvormen waarmee zandcreaties werden gemaakt waren populair. 

De zee bleek ook een fijn speelterrein, kinderen spetterden elkaar nat, werden kapitein op hun eigen rubberboot of trokken erop uit om kleine visjes of garnalen te vangen met visnetjes zoals een echte 'kruier' (vissers die met sleepnetten in het ondiepe water garnalen of kleine vissen vangen). Vliegeren hoort er ook bij, op een mooie zomerdag zie je dan ook de kleurrijke vliegers door de blauwe lucht klieven. 

Aan speelpret geen gebrek en die pret werd enkel onderbroken door een snoeppauze. Ze genoten van de lekkernijen zoals de ijsjes die te koop zijn op het strand of dijk

IJsjes, boterhammen en frietjes met zand

Zoals al eerder benoemd, kunnen toeristen niet alleen meedoen aan tradities, maar die ook starten en beïnvloeden. Mensen nemen hun eetgewoonten mee naar de kust, bijvoorbeeld internationale toeristen, en leren daar ook nieuwe dingen eten. In de loop der jaren zijn bepaalde lekkernijen onlosmakelijk verbonden geraakt met de kustgebieden.

Als je een zoetekauw bent, kun je een Berlijnse bol kopen, die waarschijnlijk met de vele Duitse toeristen naar de Belgische kusten zijn meegekomen. Ook ijsjes, een invloed uit Italië, en de bijbehorende ijscokarren zijn niet meer weg te denken van het strand. Dan zijn er nog wafels, aan de kust met een grote toef slagroom. Dat komt omdat in het polderland achter de duinen vaak veel zuivelproducten gemaakt werden. En wat dacht je van babelutten, de boterige en zoete snoepjes. Picknicken aan het strand, ook dat hoort erbij - hoewel je dan wel van zand tussen je boterhammen moet houden

Velen hebben misschien zoete herinneringen aan het strand, of zanderige, maar we mogen ook het zoute van de zee niet vergeten. Langs het strand kun je veel vis en andere zeevangst kopen, waaronder garnalen en Hollandse maatjes, en je kunt natuurlijk ook nog altijd kiezen voor een pakje friet, al dan niet geflankeerd door een portie mosselen.

Van wildkamperen tot vakantiedorp

Kamperen aan de kust deed je initieel niet voor je rust maar eerder voor de sport. Zo gingen mensen - vooral ook scoutsgroepen - voor de Eerste Wereldoorlog kamperen, want dat was training voor lichaam en geest. In die tijd kon je nog overal je tent opslaan. Vanaf de jaren '30 komt er kritiek op wildkamperen en in 1938 wordt het officieel verboden. Hierna ontstaan de eerste campings op akkers vlakbij de kust. In de jaren die volgen krijgt het kamperen nog vaker met kritiek te kampen en er worden meer eisen gesteld aan de kampeerterreinen. Vanaf de jaren 60 worden die terreinen kleine vakantiedorpen, met chalets, winkel, café, animatie en nog voorzieningen voor eindeloos vakantieplezier. Zo vanaf de jaren '70 en '80 kiezen mensen steeds vaker voor buitenlandse vakanties en worden de kampeerterreinen doorheen het jaar gebruikt als tweede vakantieplek, bijvoorbeeld met een stacaravan, mobilhome of camper. Het kampeertoerisme en de kust zijn op die manier door de jaren onder de zomerzon met elkaar versmolten in onze herinneringen. 

Welke kusttradities beleefde je zelf of beleef je vandaag nog altijd? Vertel het ons via info@historiesvzw.be

MEER WETEN?